JurisprudentieBillijke vergoeding als straf

0

Een commercieel medewerkster wordt onterecht op staande voet ontslagen. Ze vraagt niet om vernietiging van het ontslag maar ze wil een vergoeding. Wat oordeelt de rechter?

Wat eraan voorafging

Een commercieel medewerkster bij een vastgoedverhuurder sluit in november 2016 een vaststellingsovereenkomst. Op grond van deze overeenkomst eindigt de arbeidsovereenkomst op 1 maart 2017. Eind december constateert de werkgever dat de medewerkster het relatiebeding uit de vaststellingsovereenkomst heeft overtreden. Hij ontbindt daarop de vaststellingsovereenkomst wegens een tekortkoming in de nakoming en betaalt geen salaris meer. De werkneemster stemt in met de ontbinding alhoewel ze het niet eens met de reden. Ze constateert dat de arbeidsovereenkomst nu gewoon in stand blijft.

Na zo’n twee weken, op 16 januari, wordt ze alsnog  op staande voet ontslagen vanwege de overtreding van het relatiebeding. Ze stapt naar de rechter en vordert onder andere een billijke vergoeding. Ze vraagt niet om vernietiging van het – in haar ogen onterecht gegeven  – ontslag op staande voet.

Hoe het afloopt

De rechter concludeert dat de vaststellingsovereenkomst buitenrechtelijk is ontbonden en daarmee niet meer geldt. De werkneemster heeft geen beroep gedaan op vernietiging van het ontslag en daarmee is de arbeidsovereenkomst op 16 januari 2017 geëindigd.

Onregelmatige opzegging

Het ontslag is niet onverwijld gegeven en heeft daarmee geen rechtskracht, oordeelt de rechter. De werkgever heeft in december een overtreding geconstateerd om vervolgens pas op 16 januari de medewerker te ontslaan. Nu de werkgever dus onregelmatig heeft opgezegd, moet hij een vergoeding betalen (art. 7:672 lid 10 BW), in dit geval van  3.243 euro. Dat is precies het bedrag waar de werknemer om had gevraagd, en komt overeen met het salaris tot aan de oorspronkelijke ontslagdatum uit de vaststellingsovereenkomst.

Billijke vergoeding als straf

Als een werkgever onregelmatig opzegt, kan de werknemer via de rechter vragen om de opzegging te vernietigen of vragen om toekenning van een billijke vergoeding (art. 7:681 BW). De rechter bepaalt de hoogte en kan daarbij de verwijtbaarheid van de werkgever en de omstandigheden van het geval laten meewegen. Deze vergoeding is enerzijds bedoeld als compensatie en anderzijds om de werkgever in de toekomst te weerhouden van soortgelijke acties. De werkneemster is hier al gecompenseerd voor de waarde van de arbeidsovereenkomst door de vergoeding van 3.243 euro, en daarom blijft alleen het punitieve deel over. De rechter kent een billijke vergoeding toe van 6.000 euro, ongeveer drie maandsalarissen, en houdt daarbij rekening met de leeftijd van de werknemer (26 jaar), het korte dienstverband (6 maanden) en het feit dat ze ook inkomsten heeft uit een eigen bedrijf. De werkgever heeft hier onterecht gegrepen naar het zwaarste middel uit het arbeidsrecht, oordeelt de rechter. De rechter laat ook meewegen dat de werkgever al eerder werknemers op onterechte gronden op staande voet heeft ontslagen, inclusief de levenspartner van de werkneemster die bij een zustermaatschappij werkte die onder leiding van dezelfde persoon staat.

In de praktijk

Een ontslag dat niet volgens de regels wordt gegeven, kan voor de werkgever uitgroeien tot een serieuze kostenpost. Zelfs als de werknemer het ontslag aanvaardt, zo blijkt uit deze uitspraak. Eerder, in  2016, moest een werkgever een kapster die al 27 jaar in dienst was op een klein contact een billijke vergoeding betalen van omgerekend 18 maandsalarissen.

Uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2017:3099, 14 april 2017

  • In samenwerking met XpertHR plaatst de redactie een praktijkvraag. Deze vraag wordt beantwoord door juristen van XpertHR. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Vraag meer informatie of een demonstratie aan >>>
Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.