Beëindigingsvergoeding gehalveerd door verzwijgen nieuwe baan

0

Een makelaar die tijdens de ontbindingsprocedure verzwijgt dat hij aansluitend bij een ander bedrijf gaat werken, krijgt nog maar de helft van de afgesproken vergoeding. De werkgever beroept zich terecht op dwaling.

De situatie

Een makelaar is van 1986 tot april 2005 in dienst geweest van Rabobank Schouwen-Duiveland. Nadat de bank had besloten de makelaarsactiviteiten af te stoten, heeft zij de makelaar een vorostel tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst gedaan met een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule met C=1. Een van de voorwaarden is dat als de werknemer binnen twee jaar in dienst treedt van een onderdeel van de Rabobank Groep, hij de helft van de ontbindingsvergoeding moet terugbetalen. De arbeidsovereenkomst wordt per 30 april ontbonden.

De werknemer treedt op 1 mei voor onbepaalde tijd in dienst van Stad & Zeeland makelaars als registermakelaar-taxateur. Rabobank Beveland is enig aandeelhouder van dit bedrijf. De Rabobank is hier niet blij mee. Zij meent dat de werknemer tijdens de onderhandelingen en de ontbindingsprocedure verzwegen heeft dat hij aansluitend in dienst treedt bij Stad & Zeeland en vindt dat zij nog maar de helft van de ontbindingsvergoeding hoeft te betalen.

De procedure

De werknemer stapt naar de kantonrechter. Die vindt dat de werkgever terecht de betalingsverplichting uit de vaststellingsovereenkomst deels heeft vernietigd. De werknemer gaat in hoger beroep.

Het oordeel

Het hof moet de vraag beantwoorden of de overeenkomst onder invloed van dwaling tot stand is gekomen doordat de werknemer het aanbod van en het contract met van Stad & Zeeland heeft verzwegen. De werknemer had een mededelingsplicht omdat het aanbod van belang was voor de beslissing van de Rabobank over het aanbieden van een beëindigingsvergoeding. Het hof acht het aannemelijk dat als de Rabobank er van had geweten, zij niet de overeengekomen vergoeding had willen betalen. De Rabobank heeft dus nadeel geleden en dat komt voor rekening van de werknemer vanwege zijn oneerlijke gedrag.

Of Stad & Zeeland onder de Rabobank Groep valt,vindt het hof niet interessant. De bepaling in de vaststellingsovereenkomst ziet op de situatie van het einde na het dienstverband en het gaat hier om vooraf bekende feiten.

Het hof verklaart voor recht dat de vaststellingsovereenkomst deels is vernietigd. Wat er op neer komt dat de Rabobank inderdaad maar de helft van de indertijd afgesproken vergoeding hoeft te betalen.

Zwijgen kost geld

Wederom kost het verzwijgen van belangrijke informatie in een ontbindingsprocedure de werknemer de helft van zijn ontslagvergoeding. In een eerder geval (BL7908) verzweeg de werknemer het feit dat hij samen met zijn broer een concurrerend bedrijf aan het oprichten was. De ontslagvergoeding werd verlaagd van € 260.000 naar € 130.000.

LJN BL2560
Gerechtshof Den Haag
vaststellingsovereenkomst, dwaling
Hoger beroep
19-01-2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.