Advocaat-generaal: slapend dienstverband in strijd met goed werkgeverschap

0

Een werkgever mag een werknemer niet in een ‘slapend dienstverband’ houden om zo geen transitievergoeding te hoeven betalen. Dat is in strijd met goed werkgeverschap, zo luidt het advies dat de advocaat-generaal onlangs heeft gegeven aan de Hoge Raad.

Een Limburgse rechter stelde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad om duidelijk te krijgen hoe de regels moeten worden uitgelegd. De advocaat-generaal heeft nu advies gegeven aan de Hoge Raad over het mogelijke antwoord. De Hoge Raad neemt zo’n advies in veel gevallen over.

Hoe zit het ook alweer?

Er zijn in Nederland naar schatting duizenden langdurig arbeidsongeschikte werknemers met een ‘slapend dienstverband’. Werkgevers willen zo’n dienstverband niet altijd beëindigen omdat ze dan een transitievergoeding moeten betalen. Ook niet nu ze er in 2020 compensatie voor kunnen krijgen. De Wet compensatie transitievergoeding moet een eind maken aan deze situatie. Vanaf 1 april 2020 kunnen werkgevers compensatie aanvragen voor de transitievergoeding die ze moet betalen als ze de arbeidsovereenkomst met langdurig zieke werknemers beëindigen. Ook met terugwerkende kracht. De regeling geldt namelijk voor beëindigingen van na 1 juli 2015.

Verschillende uitspraken van rechters

Maar ondertussen is er toch onduidelijkheid en discussie. Ook al weten de werkgevers dat ze de uit te keren transitievergoeding straks terugkrijgen, toch aarzelen of weigeren sommigen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Niet alle werkgevers hebben er evenveel vertrouwen in dat de transitievergoeding echt volledig gecompenseerd wordt. Andere werkgevers willen of kunnen de, soms forse bedragen, simpelweg niet voorfinancieren.
Langdurig zieke werknemers met een slapend dienstverband die bijna met pensioen gaan, stappen ook regelmatig naar de rechter. Ze willen dat hun werkgever voor hun pensioendatum hun contract beëindigt. Want als de reden van de beëindiging het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is, lopen ze hun transitievergoeding volledig mis.
De rechters oordeelden tot nu toe verschillend in de zaken rondom het slapende dienstverband. En omdat de belangen van werknemers en werkgevers in deze kwesties zo groot zijn, vroeg de Limburgse rechtbank om uitleg van de toepasselijke regels bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal gaf een uitgebreid en onafhankelijk advies aan de Hoge Raad dat nu is gepubliceerd.

Prejudiciële vragen aan Hoge Raad

Maar eerst even terug naar de zaak die bij Limburgse rechtbank die de aanleiding voor de prejudiciële vragen was. Een arbeidsongeschikte monteur vraagt daar om beëindiging van zijn slapende dienstverband. Hij heeft een WIA-uitkering, kan niet meer aan het werk en zijn financiële en persoonlijke omstandigheden zijn penibel. Hij heeft zijn werkgever meerdere malen tevergeefs om ontslag, onder toekenning van een transitievergoeding, verzocht. De rechtbank wilde graag een richtinggevend oordeel van de Hoge Raad over deze kwestie, zodat voor deze en andere werknemers en werkgevers, de situatie duidelijk zou worden. De belangrijkste prejudiciële vraag die deze rechtbank aan de Hoge Raad stelde was: moet een werkgever op grond van goed werkgeverschap akkoord gaan met het voorstel van een werknemer om het slapend dienstverband te beëindigen?

Advocaat-generaal de Bock heeft nu een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad geschreven. In dat advies is te lezen dat de advocaat-generaal aan de Hoge Raad voorstelt om de vraag bevestigend te beantwoorden. Ze schrijft in haar advies dat het duidelijk is dat de wetgever van de slapende dienstverbanden af wil en stelt voor om als uitgangspunt te nemen dat een werkgever moet instemmen met een voorstel van een langdurig zieke werknemer om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Voorwaarde is wel dat er binnen 26 weken geen uitzicht op herstel is. Ze benadrukt daarbij dat dit geen ontslagverplichting is maar een nieuw geformuleerde norm van goed werkgeverschap. Er zijn natuurlijk ook uitzonderingen op deze regel. Hierbij valt te denken aan een situatie waarin de werkgever financieel niet in staat is om de transitievergoeding voor te financieren, of als de werkgever een ander aantoonbaar belang heeft om het dienstverband toch in stand te houden.

Hoe gaat het verder?

De Hoge Raad hoeft het advies van de advocaat-generaal niet op te volgen. Het is nu wachten op de de uitspraak van de Hoge Raad die een definitief antwoord op de kwestie van de slapende dienstverbanden zal geven.

  • Dit artikel komt tot stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie of een online demonstratie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

Reageer