Aanzeggen, zo moet het niet

0

De eerste rechtszaken over de aanzegplicht dienen zich aan. Zo stapte een werkneemster naar de rechter omdat ze geen brief met een aanzegging had ontvangen. Ze maakte met succes aanspraak op de aanzegvergoeding: de werkgever kon niet bewijzen dat hij de brief echt had gestuurd.

De situatie

Een pedagogisch medewerkster heeft een tijdelijk contract van een halfjaar, dat loopt van 4 augustus 2014 tot 3 februari 2015. Op 15 januari 2015 vindt er een gesprek plaats waarin wordt medegedeeld dat het contract niet zal worden verlengd. Op 23 februari maakt de werkneemster aanspraak op een aanzegvergoeding.

De werkgever heeft het contract niet een maand van tevoren schriftelijk opgezegd. Haar juridisch vertegenwoordiger schrijft dit nog eens in een brief op 18 maart. De werkgever antwoordt dat ruimschoots binnen de geldende termijnen is gemeld dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen op 3 februari.

Bij de rechter

De werkneemster stapt naar de rechter om betaling van de aanzegvergoeding van een maandsalaris te vorderen. De werkgever voert aan dat er op 30 december een brief is gestuurd met een aanzegging en komt ook met een kopie van die brief. Die aanzegging is nog eens herhaald in het gesprek van 15 januari. Dus als er al een vergoeding moet worden betaald dan is dat minder: alleen over de 11 dagen die de aanzegging dan te laat gedaan zou zijn.

Het oordeel

De rechter stelt dat de werkgever moet bewijzen dat de aanzegging op tijd is gedaan. En omdat de aanzegging schriftelijk moet gebeuren, “doet de werkgever er wijs aan de aanzegging aangetekend te versturen”, aldus de rechter.

In dit geval geldt namelijk de ontvangsttheorie. Dat wil zeggen dat de aanzegging alleen effect heeft als de werknemer die daadwerkelijk ontvangen heeft. En dat kon de werkgever niet bewijzen.

Daarbij komt nog dat de werknemer geluidsopnamen heeft gemaakt bij het gesprek van 15 januari waaruit bleek dat er in het gesprek niet is gerefereerd aan de brief van 30 december. De rechter veroordeelt de werkgever tot het betalen van de aanzegvergoeding van een maandsalaris.

Gegevens rechtszaak:
ECLI:NL:RBROT:2015:3883. Datum uitspraak: 5 juni 2015

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer