Waarom collega s je niet willen helpen

1

Nieuw wetenschappelijk onderzoek toont aan waarom collega’ s je niet willen helpen. Vooral collega’ s op gelijk niveau of met eenzelfde functie zijn huiverig om je te helpen.

Als je op je werk hulp nodig hebt kun je het beste aankloppen bij collega’s die zich in de corporate hiërarchie op enige afstand van je bevinden. Zowel onder je als boven je. Dit blijkt uit onderzoek van wetenschappers van de Ohio State University.

Experimenten

In een eerste experiment werd aan studenten gevraagd zich voor te stellen dat ze onderdeel waren van een 15-koppig salesteam. De participanten werd verteld dat een van de teamleden op het punt stond een grote opdracht binnen te halen, maar tijd te kort had. Participanten werd gevraagd dit teamlid te helpen. Sommigen werd verteld dat het teamlid een gelijkwaardige status had als de student zelf. Anderen kregen te horen dat er een klein verschil in status was, terwijl weer anderen werd verteld dat er een groot verschil in status was. Participanten die verteld werd dat er een klein statusverschil was, waren het meest bereid om te helpen.

Het tweede experiment werd verricht onder medewerkers van een callcenter. Iedere medewerker ontving een gedetailleerd rapport met verkoopresultaten, met de mogelijkheid om te vergelijken met collega’s. Daarna werden ze aangemoedigd om elkaar te helpen. Medewerkers hielpen elkaar vooral als er een redelijke (gemiddelde) afstand in verkoopresultaten was.

Statusafstand

Volgens de onderzoekers komt dit omdat mensen die dezelfde status hebben de grootste bedreiging voor je positie vormen. Als je hen helpt, streven ze je mogelijk voorbij.

Als personen te ver boven of onder je staan kan hen helpen wel eens teveel tijd gaan kosten. Dit gaat ten koste van je eigen productiviteit.

‘Je helpt dus vooral collega’s als samenwerking mogelijk is en de potentiele dreiging laag. Collega’s die op redelijke afstand van je staan vormen geen bedreiging, terwijl je wel kunt laten zien dat je bereid bent om samen te werken’, aldus onderzoeker Doyle.

Overigens is het niet zo dat collega’s massaal verzoeken om te helpen afwijzen. Over het algemeen zijn mensen best bereid om te helpen. Het is meer een kwestie van wie je probeert te ontlopen om te helpen volgens Robert Lount, hoogleraar HRM en mede-auteur van de studie.

Wat betekent dit voor leiders?

Doyle: ‘Deze onderzoeksresultaten kunnen nuttig zijn als je medewerkers aanwijst die anderen moeten trainen of die moeten samenwerken. Welke positie nemen medewerkers in in de hiërarchie? Je moet mensen aan elkaar koppelen die niet ongeveer dezelfde status hebben.’

Vermijd bijvoorbeeld dat een recent aangenomen medewerker een nieuwe medewerker moet inwerken. Die recent aangenomen medewerker zou die nieuwe medewerker als bedreiging kunnen zien. Iemand die gemiddeld presteert, is (mogelijk) behulpzamer.

De resultaten van dit onderzoek moedigen ook aan om genuanceerder over de hiërarchische structuur van een organisatie na te denken. Hiërarchie hoeft helemaal niet slecht te zijn, aldus Doyle. Het is geen zwart-wit-concept. Managers moeten nagaan welke rol statusafstand binnen hun organisatie speelt en hoe daar met de hiërarchische structuur op ingespeeld kan worden.

Bron: Fast Company

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Wilga Janssen op

    Alhoewel interessant valt me aan het onderzoek op dat het gedaan is in commerciële settings. Dat betekent dat deze mensen 1. van zichzelf als een meer commerciële inslag hebben en dus concurrerender ten opzichte van elkaar staan. Daar worden sales mensen ook op geselecteerd. En 2. ze zitten in een context waarin 'winnen' en de persoonlijke status die daarbij hoort steeds centraal staat. En dus worden ze daar de hele tijd op aangesproken. Hun 'winnaarsdrive' staat de hele tijd vol aan. Logisch dat je dan tot deze conclusie komt.

    Als je het onderzoek zou doen onder zorgprofessionals oid, dan zou daar misschien wel een ander of meer genuanceerd beeld uit kunnen voortkomen.

    Nogmaals, interessant maar nog wel met enige vraagtekens en niet zo maar te veralgemeniseren.