Nederlandse medewerker weet niet wat directeur doet

3

Nederlandse werknemers hebben geen idee waar de directie mee bezig is. Ook vinden ze dat directies niet weten wat er gebeurt op de werkvloer.

Dat blijkt uit onderzoek van Effectory onder ruim 300.000 medewerkers in Nederland.

De stelling ‘Ik vind dat de directie voldoende communiceert over waar zij zich mee bezig houdt’ wordt beoordeeld met een magere 5,1. In de zorg is de onduidelijkheid over het takenpakket van de directie het grootst, zorgmedewerkers beoordelen de stelling met een 4,2. In de onderwijssector en binnen woningcorporaties zijn medewerkers in verhouding het best op de hoogte, hier wordt een 5,6 gegeven. In de zakelijke markt wordt de stelling gemiddeld met een 5,0 beoordeeld.

Interesse in werkvloer

In alle sectoren vinden medewerkers dat de directie niet goed op de hoogte is van het reilen en zeilen op de werkvloer. De stelling ‘De directie weet wat er leeft op de werkvloer’, wordt beoordeeld met een 5,0. Ook de stelling ‘ik vind dat de directie op een goede manier sturing geeft aan de organisatie’ kan rekenen op een matige beoordeling, namelijk een 5,9.

Gemiste kans

Volgens Guido Heezen, HRM trendwatcher en directeur van Effectory, is het een gemiste kans: ‘Ik zeg niet dat directies dit moedwillig doen en dat ze slecht bezig zijn, maar zonde is het wel. Je kunt zoveel hebben aan goede communicatie. Als medewerkers weten met welke zorgen de directie rond loopt, gaan ze ook nadenken over hun eigen bijdrage aan een oplossing. Dat willen medewerkers ook, ze hebben allang geen mentaliteit meer dat ze alleen hun kale taken uitvoeren. Maar dan moet die medewerker wel weten wat er speelt.’
Bestuurders hebben een voorbeeldfunctie voor de medewerkers, vooral in deze economische tijd. ‘Zij zijn degenen die richting geven aan de organisatie en hoewel ze natuurlijk niet alles kunnen vrijgeven, is transparantie over waar ze mee bezig zijn en wat ze bezig houdt in de regel nuttige informatie voor medewerkers. In succesvolle organisaties zien we volop transparantie, de directie en het management laten duidelijk zien waar ze mee bezig zijn en vragen ook regelmatig om input van hun personeel. Dit werkt heel inspirerend.’

Gevolg van slechte communicatie

Door de slechte communicatie zien medewerkers zich onnodig als ‘slechts een van de radertjes’, zegt Heezen: ‘Als ze niet het idee hebben dat ze onderdeel zijn van een geheel, vindt er afstomping plaats. De betrokkenheid bij het werk en de organisatie daalt. En wanneer het iemand niet uitmaakt waar hij werkt omdat hij toch geen binding heeft bij de organisatie, kun je als werkgever zo maar op zoek moeten naar een nieuwe werknemer.’

Rol van P&O

P&O zou van Heezen een actievere rol mogen hebben in het stimuleren van het management om in contact te komen met het personeel. ‘Het broodje-kaas-met-de-baas is een eenvoudige manier om dat te doen, maar er zijn meer manieren. Communiceer voortdurend. Laat als bestuurder zien wat je doet om de organisatie in goede banen te leiden. Toon interesse in wat er leeft bij medewerkers en draag bij iedere gelegenheid uit waar de organisatie voor staat. Geef de visie door aan de medewerkers, zodat ze weten waar ze voor werken. De medewerker anno nu heeft steeds meer behoefte aan transparantie, en daar heb je aan te voldoen. Op dit vlak verbeteren hoeft ook niet zo lastig te zijn. Het kan voor directies juist een leuk en stimulerend onderdeel van het werk zijn.’

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

3 reacties

  1. RF Koopman op

    Deze reactie geldt specifiek voor het onderdeel “rol van P&O” in het artikel. Personeel & Organisatie dient de communicatie te stimuleren van management naar de medewerkers. Hiermee wordt in bovenstaand artikel gesuggereerd dat er een monoloog gehouden moet worden en dat P&O hier een communicatie adviseur is. De rol van P&O dient in mijn ogen juist de ‘dialoog’ te stimuleren. Net zoals we het in het hele lang het doen, laat de medewerkers meedenken en meebeslissen. Er bestaan genoeg middelen waarmee je vanuit ?n juist met het personeel aan visievorming kunt doen. Hierdoor cre?er je een gedragen visie waarmee het voltallig personeel werkt aan een nieuwe organisatie voor nieuwe tijden.
    Wil je meer informatie hebben over de middelen voor een gedragen visievorming met daarbij een volledige uitgewerkte business case, e-mail naar rkoopman@hucag.nl.

    Nogmaals het gaat niet om de monoloog (push), maar om de dialoog (Pull).

    Groeten,

    Rick

  2. Diana Russo op

    Ik geloof dat HR/P&O hierin stevig samen moet werken met Communicatie (en met de Directie zelf natuurlijk). Wat vaak vergeten wordt bij het opzetten van een Plan van Aanpak is de segmentatie in doelgroepen: er worden initiatieven, zoals het ?broodje-kaas-met-de baas? opgezet, maar er wordt niet goed gekeken naar de behoefte en communicatievoorkeuren van de te bereiken medewekersdoelgroepen. Niet iedereen zit te wachten op dat broodje kaas met de baas. Stem je communicatie kanaal en content goed af op de ontvanger en besef dat je niet me een homogene groep te maken hebt. Een open deur, maar gebeurt het ook ?cht binnen de organisatie?

  3. Het is maar de vraag wat je met dergelijk onderzoek aan moet. Het gaat hier om percepties en generalisaties. Van groot belang is de aard van de vraagstelling en aan wie je die voorlegt op de “werkvloer”. Verder speelt bias ingevolge managementstijl en de bedrijfscultuur een rol. In bv productiebedrijven met concrete targets, een strikt gereguleerde logistiek en strikte management control is er vaak een aversie tegen de hogere echelons in de hierarchie. Dan kun je de antwoorden op de onderzoeksvragen al vrij zeker voorspellen. Het fenomeen (optimalisatie van)communicatie lijkt heden ten dage een alles overheersende oplossing van de problemen in organisaties. Forget it…Een goed gekwalificeerd management, alwaar communicatie zeker een niet onbelangrijk onderdeel is levert betere oplossingen. Eerst het onderzoek maar eens in z’n geheel nauwkeurig lezen voordat er bovenstaande vergaande conclusies worden getrokken.