JurisprudentieVolledige transitievergoeding bij deeltijdontslag?

0

Een medewerker die ontslagen wordt wegens bedrijfseconomische redenen en aansluitend een nieuw, kleiner contract krijgt, vindt dat hij recht heeft op een volledige transitievergoeding. Is de rechter het met hem eens?

Wat eraan voorafging

Een commercieel medewerker is sinds 1996 in dienst bij een bedrijf. Het gaat niet goed met de organisatie en daarom vraagt het bedrijf een ontslagvergunning aan bij het UWV. Het UWV geeft de vergunning, waarbij uitdrukkelijk wordt meegewogen dat de werkgever aansluitend een dienstverband voor onbepaalde tijd krijgt, in dezelfde functie, voor de helft van het aantal uren en tegen dezelfde – evenredige – arbeidsvoorwaarden. Per 1 januari 2018 gaan het ontslag en de nieuwe arbeidsovereenkomst in. De werknemer meent dat hij recht heeft op een volledige transitievergoeding. De situatie voldoet volgens hem aan alle wettelijke vereisten. Zo heeft het dienstverband langer dan 24 maanden geduurd en is het door de werkgever opgezegd.

Bij de rechter

Een strikte lezing van de wet impliceert dat de tweede, nieuwe arbeidsovereenkomst niet van invloed is op het recht op een transitievergoeding, overweegt de rechter. Omdat ook de parlementaire geschiedenis geen melding maakt van dit soort gevallen, kijkt de rechter naar de bedoeling van de wet. De transitievergoeding is bedoeld als compensatie voor het ontslag en om de transitie naar ander werk gemakkelijker te maken. Daarom oordeelt de rechter dat deze werknemer recht heeft op een gedeeltelijke transitievergoeding, naar rato van de daadwerkelijke vermindering van zijn dienstverband, die in dit geval exact 50% in uren en salaris bedraagt.
De wet geeft wel een aantal uitzonderingen voor het betalen van een transitievergoeding, maar daar hoort een deeltijdontslag niet bij. De rechter veroordeelt de werkgever tot het betalen van een transitievergoeding van 12.469,50 euro

In de praktijk

Het lijkt erop dat de werkgever er helemaal geen rekening mee had gehouden dat hij een transitievergoeding zou moeten betalen; waarschijnlijk omdat het om een deeltijdontslag ging. De werkgever had hier namelijk ook nog een beroep kunnen doen op de regeling voor kleine ondernemers, waarbij de maanden dienstverband van voor 2013 niet meetellen bij de berekening van de transitievergoeding. Maar de werkgever heeft die vordering niet op tijd – binnen drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst – ingediend.
De Overbruggingsregeling die in een lagere vergoeding zou kunnen resulteren, is ook niet van toepassing. Het bedrijfsresultaat voldoet niet aan de vereisten van de wet, aldus de rechter. Het netto resultaat moet in drie jaren voorafgaand aan het ontslag negatief zijn. De werkgever voert aan dat dat in feite ook zo was, maar dat er een transportmiddel is verkocht waardoor het bedrijfsresultaat positief uitviel. De rechter meent daarentegen dat de wet hier om strikte toepassing van de regels vraagt waarbij geen ruimte is voor boekhoudkundige herberekeningen.

Uitspraak: ECLI:NL:RBOBR:2018:1833, 17 april 2018

  • Dit artikel komt tot  stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie of een online demonstratie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman houdt de jurisprudentie scherp in de gaten. Wekelijks publiceert ze op XpertHR Actueel artikelen rondom arbeidsrecht.

Reageer