JurisprudentieRecht op bijzondere reiskostenvergoeding tijdens ziekte?

0

Een medewerkster die een bijzondere reiskostenvergoeding krijgt, wil die ook uitbetaald krijgen als ze ziek is. De werkgever vindt dat de vergoeding geen loon is en dat hij die dus niet hoeft uit te betalen. Wat vinden de kantonrechter en het hof hier van?

Wat eraan voorafging

Een kwaliteitsmedewerkster is sinds 2007 in dienst bij de werkgever. Ze heeft een klein contract van 8 tot 10 uur per week. Bij de indiensttreding is onderhandeld over het salaris. De werkgever kon haar niet bieden wat ze wilde. Ze zijn vervolgens samen op zoek gegaan naar een creatieve, acceptabele oplossing. Uiteindelijk zijn ze overeengekomen dat de werkneemster 160 euro reiskostenvergoeding per maand krijgt. Volgens de werkgever is dit het maximale wat er volgens de regels is uit te halen. In de arbeidsovereenkomst staat dat de werkneemster haar werk thuis en op locatie doet. In de praktijk blijkt dat ze maar een keer per maand op locatie hoeft te zijn waarbij ze meestal meerijdt met haar partner die een lease-auto heeft. In haar contract is een frequentie van een maal per week op locatie opgenomen, in verband met de reiskostenvergoeding.

De werkgever is zich er ook bewust dat hij een risico neemt met deze regeling. Als de werkneemster ziek wordt in 2015 vordert ze via haar gemachtigde doorbetaling van de reiskostenvergoeding omdat het volgens haar een loonbestanddeel is. Als de werkgever niet betaalt, stapt ze naar de rechter. Die oordeelt dat het een reële reiskostenvergoeding is en geen loonbestanddeel is en de vergoeding daarmee niet hoeft te worden uitbetaald tijdens ziekte.

Bij het hof

De werkneemster gaat in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het hof oordeelt dat de vergoeding wel een loonbestanddeel is. Het was overduidelijk de bedoeling van partijen dat de vergoeding het salaris rond een bepaald bedrag zou brengen. Daarnaast was het voor beide partijen duidelijk dat de werkneemster vrijwel geen echte reiskosten maakte. Het hof laat meewegen dat de partijen duidelijk hebben onderhandeld over deze vergoeding en dat uit de e-mails duidelijk blijkt wat de bedoeling van de vergoeding was en dat de werkgever bereid was het risico te nemen. De werkgever heeft ook bewust een onjuistheid in de arbeidsovereenkomst opgenomen over de frequentie van het werken op locatie.

Al met al voldoende reden voor het hof om te oordelen dat de uitleg van de bepaling over de reiskostenvergoeding volgens het Haviltex-criterium* leidt tot het oordeel dat de reiskostenvergoeding een looncomponent is, die ook tijdens ziekte moet worden uitbetaald.
De werkgever moet de vergoeding blijven uitbetalen zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt.

* Het Haviltex-criterium houdt in dat er niet alleen naar de taalkundige uitleg wordt gekeken maar ook naar de bedoeling van partijen en naar wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

In de praktijk

Een reiskostenvergoeding kan een looncomponent in disguise zijn – bewust of onbewust. Maar dat houdt wel in dat de werkgever zo’n vergoeding moet blijven doorbetalen als de werknemer ziek wordt. En dat kan een onverwachte kostenpost zijn. Daar komt in deze rechtszaak nog bij dat er in het contract een bepaling was opgenomen dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen als de werkneemster niet meer in staat zou zijn naar de locatie te komen. Maar dat ging uiteraard ook niet door omdat er een opzegverbod tijdens ziekte gold.

Uitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2018:1561, 3 juli 2018. Samenvatting op XpertHR

Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

Reageer