JurisprudentieHoogste billijke vergoeding tot nu toe

0

Een werknemer eist bijna een miljoen van zijn werkgever als hij met toestemming van het UWV wordt ontslagen. Is dat een onredelijk hoog bedrag?

Wat eraan voorafging

Een General Manager bij een internationaal bedrijf wordt in november 2017 per direct van zijn werk vrijgesteld omdat zijn functie komt te vervallen bij een reorganisatie. Hij krijgt nog diezelfde dag een vaststellingsovereenkomst aangeboden, die hij binnen drie dagen moeten tekenen. De werknemer gaat niet akkoord en de werkgever verzoekt om toestemming voor opzegging bij het UWV, om bedrijfseconomische redenen. Maar het UWV weigert de toestemming omdat de werkgever niet voldoende heeft aangetoond dat de werknemer niet geschikt zou zijn voor een nieuw gecreëerde functie. Ook heeft de werkgever onvoldoende inspanning laten zien in een herplaatsingstraject. Als de werkgever in mei weer een verzoek indient, wordt de toestemming wel gegeven omdat er geen passende functie zou zijn.
De werknemer stapt naar de rechter. Hij vindt dat de werkgever behoorlijk wat steken heeft laten vallen. Hij voert onder meer aan dat er helemaal geen sprake was van een reorganisatie. Zijn leidinggevende kondigde op 8 november aan dat hij zou vertrekken en op 9 november werd werknemer op non-actief gesteld. De werkgever heeft de herplaatsingsplicht niet genomen. Hij vordert onder meer een billijke vergoeding van 928.600 euro.

Bij de rechter

De rechter oordeelt dat de werkgever niet zorgvuldig heeft gehandeld bij de aankondiging van de reorganisatie. Ook vindt de rechter het voldoende duidelijk dat het besluit om de functie te laten vervallen is ingegeven door het vertrek van de leidinggevende. Daarnaast, zo oordeelt de rechter, heeft de werkgever geen zichtbare moeite gedaan voor herplaatsing. Sterker nog, de rechter kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de werkgever de nieuw gecreëerde functie heeft laten vervallen na het oordeel van het UWV en toen een opnieuw een nieuwe functie heeft gecreëerd met een nadruk op ervaring die de werknemer ontbeerde. En daarmee is de opzegging in strijd met de wet. Het ontslag is dus onterecht geweest en daarmee staat meteen de ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever vast.

Hoge billijke vergoeding

De werknemer krijgt een billijke vergoeding mee van 530.000 euro. De rechter gaat er daarbij van uit dat het dienstverband onder normale omstandigheden nog zo’n anderhalf jaar geduurd zou hebben, omdat de werkgever pas na een herplaatsingstraject opnieuw een ontslagprocedure had kunnen starten. De 530.000 euro bestaat uit 18 maanden salaris, compensatie van 53.000 euro belastingnadeel in verband met een expat-regeling en 106.000 euro aan aandelenopties die in de fictieve anderhalf jaar dienstverband nog zouden vrijvallen. De reden dat de totale billijke vergoeding hier zo hoog uit valt, is dat de werknemer een maandsalaris had van bijna 20.000 euro en andere salariscomponenten van hoge waarde.

In de praktijk

Ook als een arbeidsovereenkomst is opgezegd met de toestemming van het UWV, kan de werknemer nog aanspraak maken op een billijke vergoeding. Dat kan als de opzegging in strijd was met artikel 7:669 lid 3, onderdeel a, BW, zoals hier het geval was. Voorwaarde is wel dat herstel van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet mogelijk als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

Uitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2018:310, 16 januari 2018

  • Dit artikel komt tot  stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie of een online demonstratie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

Reageer