JurisprudentieBillijke vergoeding: ontslag voldoet niet aan de wettelijke eisen

0

De functie van een werknemer komt te vervallen. Met toestemming van UWV wordt de arbeidsovereenkomst beëindigd. Maar de werknemer stapt naar de rechter omdat hij van mening is dat het ontslag niet voldoet aan de wettelijke eisen.

Wat eraan voorafging

Een werknemer komt in 2017 in dienst bij een werkgever in de hotelbranche. Tien jaar later doet de werkgever een aanvraag voor een ontslagvergunning, omdat de functie van de werknemer komt te vervallen. UWV geeft haar toestemming en de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. De werknemer krijgt een transitievergoeding mee, maar hij is het niet eens met het ontslag en stapt naar de rechter.

Bij de rechter

De werknemer vraagt een verklaring voor recht dat de opzegging in strijd was met de wet. Hij vraagt daarbij om een billijke vergoeding van 164.759,10 euro. Als hij die niet krijgt, wilt hij herstel van zijn arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter oordeelt dat UWV op goede gronden heeft beslist om toestemming te geven voor het ontslag op bedrijfseconomische gronden. Maar voor een geldige opzegging is niet alleen een redelijke grond vereist, maar moet de werkgever ook hebben voldaan aan de herplaatsingsplicht. Die houdt in dat de werkgever onderzoekt of de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, binnen de organisatie kan worden herplaatst. Naar het oordeel van de rechter was de inspanning van de werkgever hier veel te gering. En daarmee voldoet het ontslag niet aan de wettelijke vereisten. De rechter overweegt dat er meer en langduriger inspanning van de werkgever had mogen worden verwacht omdat:

  • Het bedrijf deel uitmaakt van een groter concern, waardoor de herplaatsingsmogelijkheden een stuk groter zijn dan bij een kleinere organisatie;
  • De werknemer tien jaar in dienst is geweest, promotie heeft gemaakt en er niet gebleken is dat hij niet goed functioneerde;
  • De werknemer gepasseerd is voor een functie die een deel van zijn werkzaamheden bevatte;
  • De werknemer afwezen is bij een interne sollicitatie waarbij de keus op een andere kandidaat viel.

Wat heeft de werkgever dan wel gedaan?
De werkgever heeft eigenlijk alleen maar een vacatureoverzicht verstrekt en aangegeven dat die functies niet geschikt zijn voor de werknemer. De HR-medewerker heeft tijdens de rechtszaak verklaard dat er verder geen inspanningen zijn verricht om de werknemer te begeleiden, om te scholen of anderszins te ondersteunen bij het vinden van een passende functie.

De werknemer heeft gevraagd om een billijke vergoeding en die kent de rechter ook toe. Daarbij wordt ook meegewogen dat de werkgever de werknemer rijkelijk laat op de hoogte heeft gesteld van het gaan vervallen van zijn functie. De rechter baseert de vergoeding op het New Hairstyle-arrest toe en komt uit op een vergoeding van 66.000 euro, een bedrag dat overeenkomt met zes maanden salaris.

In de praktijk

Over het algemeen wordt er streng gekeken naar de herplaatsingsplicht. Zeker als de ontslaggrond gelegen is in bedrijfseconomische omstandigheden. Het gaat hier om een groter concern, waardoor de mogelijkheden aanzienlijk groter zijn dan bij een kleinere organisatie. De werkgever moet op zijn minst kunnen laten zien dat hij gedegen heeft onderzocht dat herplaatsing niet mogelijk is. Het gaat daarbij niet alleen om huidige openstaande vacatures, maar ook om functies die een werknemer na bijscholing op korte termijn kan vervullen.

Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2018:5116, 17 juli  2018
Samenvatting op XpertHR.

Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

Reageer