JurisprudentieAanzegvergoeding betalen als het overduidelijk is dat contract eindigt?

0

Een werknemer wiens contract niet wordt verlengd, maakt bij de rechter aanspraak op een aanzegvergoeding. De werkgever meent dat de e-mail die hij stuurde een schriftelijke aanzegging was. Maar de rechter laat die e-mail buiten beschouwing. Lees hier waarom de rechter dat deed.

Wat eraan voorafging

Een medewerker krijgt mondeling te horen dat zijn jaarcontract niet wordt verlengd. Hij laat de werkgever via een e-mail weten dat hij wel graag zelf zijn medewerkers via een mail op de hoogte wil stellen over zijn vertrek. Hij doet ook een voorstel voor de inhoud van die mail. In een andere e-mail bevestigt hij nog eens dat zijn contract, zoals besproken, niet wordt verlengd en dat hij graag een aantal zaken voor zijn vertrek geregeld wil zien. Hij schrijft daarin ook dat ze, zoals afgesproken, positief zullen communiceren over zijn vertrek.

Bij de rechter

Enige tijd na het einde van zijn contract dient de inmiddels ex-werknemer een verzoek in bij de kantonrechter om de werkgever te veroordelen tot het betalen van een aanzegvergoeding ter hoogte 6.805,56 euro; een maandsalaris. De werkgever had de aanzegging schriftelijk moeten doen en dat is niet gebeurd. Maar de werkgever zegt dat de e-mail die hij heeft gestuurd een schriftelijke aanzegging was.

De rechter gaat voorbij aan de vraag of de e-mail nu wel of niet als een schriftelijke aanzegging aan te merken is. De werknemer heeft het einde van zijn dienstverband erkend en bevestigd in zijn e-mails. De aanzegging heeft in een situatie als deze dan geen waarborgfunctie meer. Het is niet meer dan het voldoen aan een formaliteit.
Gezien de duidelijkheid bij de werknemer die er was over het einde van het contract, is het beroep op de aanzegvergoeding ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid’ onaanvaardbaar, aldus de rechter.

In de praktijk

De bedoeling van de aanzegplicht is om ervoor te zorgen dat de werknemer op tijd weet waar hij aan toe is. Ook in eerdere rechtspraak werd een beroep op een aanzegvergoeding niet gehonoreerd als het voor de werknemer overduidelijk was dat de overeenkomst zou eindigen. Met een tijdige schriftelijk aanzegging kunnen de kosten en energie van een rechtszaak als deze eenvoudig worden voorkomen.

Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2019:549, 17 januari 2019.
Samenvatting op XpertHR

  • Dit artikel komt tot  stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie of een online demonstratie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

Reageer