Jurisprudentie5 mogelijkheden voor gedeeltelijke beëindiging arbeidsovereenkomst

0

Het gedeeltelijke ontbinden van een arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter is niet mogelijk. Maar voor een gedeeltelijke beëindiging zijn wel mogelijkheden. De Hoge Raad zet ze nog eens op een rijtje.

Wat eraan voorafging

Een werkneemster werkt sinds 2000 bij een schoonmaakbedrijf, op twee locaties, in totaal twintig uur. In 2017 wordt ze voor 10 uur overgeplaatst naar een andere locatie, maar daar verschijnt ze niet op het werk. De werkgever wil van haar af en doet een ontbindingsverzoek bij de rechter op grond van verwijtbaar handelen. De kantonrechter wijst die vordering af. In hoger beroep krijgt de werkgever gelijk: de werkneemster heeft verwijtbaar gehandeld. De werkneemster pleit voor een gedeeltelijke ontbinding maar het hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst ondeelbaar is. Er vindt ontbinding plaats per 1 april 2018 onder toekenning van een transitievergoeding. De werkneemster gaat in cassatie.

Geen gedeeltelijke ontbinding

De Hoge Raad in cassatie bevestigt nog eens dat de wet niet voorziet in het gedeeltelijk ontbinden van een arbeidsovereenkomst. Maar een aanpassing in een arbeidsovereenkomst kan er wel feitelijk op neerkomen dat de arbeidsovereenkomst gedeeltelijk wordt beëindigd. In zo’n geval kan er ook aanspraak zijn op een transitievergoeding, blijkt uit eerdere rechtspraak. De vermindering van de arbeidstijd moet dan noodgedwongen, blijvend en substantieel zijn – minstens 20%.

De Hoge Raad geeft in deze uitspraak vijf voorbeelden van hoe partijen zelf de arbeidsovereenkomst gedeeltelijk kunnen beëindigen:

1 in onderling overleg;

2 door volledig ontslag overeen te komen, gevolgd door een nieuwe, aangepaste arbeidsovereenkomst.

3 door gedeeltelijke ontbinding op grond van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst;

4 door ‘verplichte’ instemming met wijziging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer op grond van goed werknemerschap;

5 door ‘verplichte’ instemming met wijziging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever op grond van goed werkgeverschap;

Daarbij kan in de situaties 2, 4 en 5 aanspraak bestaan op een gedeeltelijke transitievergoeding.

Waarom is deze uitspraak belangrijk?

Een verzoek voor een gedeeltelijke beëindiging van de kant van werknemer, kan een ontbinding blokkeren.  Een werkgever kan op grond van goed werkgeverschap verplicht zijn om in te stemmen zo’n een verzoek.  Als dat verzoek door de werknemer is gedaan als verweer of tegenverzoek in een ontbindingsprocedure kan het ertoe leiden dat het ontbindingsverzoek wordt  afgewezen terwijl het op zichzelf bezien voor toewijzing in aanmerking komt. Dat is het geval als door de instemming de arbeidsovereenkomst zodanig wordt gewijzigd dat de grond die de werkgever aanvoerde voor de ontbinding, komt te vervallen. Bij de ontbinding kan dan wel recht zijn op een transitievergoeding voor de gedeelte van de arbeidsovereenkomst dat wordt beëindigd.

In dit geval was de reden voor de ontbinding verwijtbaar gedrag van de werkneemster, en dat wordt niet weggenomen door een eventuele aanpassing van de omvang van de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de werkneemster waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft: de arbeidsovereenkomst blijft per 1 april 2018 ontbonden onder toekenning van een transitievergoeding.

 Uitspraak: ECLI:NL:HR:2020:283, 21 februari 2020

  • Antwoordbank XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.