BlogZijn de Deliveroo maaltijdbezorgers wel of geen zzp’er?

0

De maaltijdbezorgers van Deliveroo zijn géén zzp’ers, zo oordeelt een Amsterdamse kantonrechter. Een half jaar geleden oordeelde een collega kantonrechter in een gelijke casus met gelijke argumenten precies het tegenovergestelde. Het lijkt wel een loterij, vindt arbeidsrechtjurist Edith van Schie.

Deliveroo heeft een digitaal platform waar restaurants maaltijden aanbieden die consumenten kunnen bestellen. Vanaf het begin biedt het bedrijf tijdelijke contracten aan maaltijdbezorgers. In 2017 besluit Deliveroo alle tijdelijke arbeidsovereenkomsten te laten aflopen. Na afloop van de arbeidsovereenkomst kunnen de maaltijdbezorgers een overeenkomst van opdracht met Deliveroo aangaan.

Maaltijdbezorgers die daarin interesse hebben, krijgen van Deliveroo een overeenkomst van opdracht aangeboden. Maaltijdbezorgers die als zzp’ers aan de slag willen, moeten inschrijving bij de Kamer van Koophandel en een BTW-nummer hebben.

Contractsbepalingen

In de overeenkomst van opdracht is, onder meer, bepaald dat de maaltijdbezorger:

• zelf mag beslissen of hij zich aanmeldt voor werk,
• de vrijheid heeft om niet te werken als hij zich wel heeft ingeschreven,
• bestellingen mag weigeren,
• het werk mag verrichten in eigen kleding en met eigen thermobox,
• zelf zijn route mag bepalen,
• opdrachten mag uitvoeren voor concurrenten en
• zich vrijelijk mag laten vervangen zolang de vervanger aan bepaalde veiligheidsvoorschriften voldoet.

Er worden regels gehanteerd op het gebied van veiligheid. En Deliveroo stelt namens de maaltijdbezorgers hun facturen op. De maaltijdbezorgers kunnen niet onderhandelen over hun loon en de beoordeling van de werkzaamheden speelt een rol bij het toewijzen van bepaalde ritten.

Naar de kantonrechter

In juli 2018 heeft één van de maaltijdbezorgers van Deliveroo gevraagd aan de kantonrechter Amsterdam om te bepalen dat hij geen zzp’er, maar een gewone werknemer was. De Amsterdamse Kantonrechter mr. E.F.A. van Buitenen wijst het verzoek van de werknemer af (lees de volledige jurisprudentie in XpertHR >>>).

Begin dit jaar heeft vakbond FNV aan de kantonrechter Amsterdam gevraagd om te bepalen dat de maaltijdbezorgers van Deliveroo geen zzp’ers, maar gewone werknemers zijn. De Amsterdamse kantonrechter mr. L. van Berkum geeft het FNV gelijk (lees de volledige jurisprudentie in XpertHR >>>).

Zelfde argumenten, tegenovergestelde conclusie

Als je beide uitspraken leest, dan bekruipt het gevoel dat er inderdaad sprake is van een loterij. Dat gevoel wordt versterkt door een opmerking van de rechter die als laatste oordeelde. Hij schrijft in het vonnis dat hij weet dat zijn collega een ander oordeel heeft geveld. Hij ‘verklaart’ dat door op te merken dat ‘gezien de snelle ontwikkeling die de platformeconomie in Nederland doormaakt, het voor de rechtsontwikkeling van belang kan zijn dat hierover verschillend wordt geoordeeld.’

Rechter Van Berkum vindt het kennelijk nodig om dit oordeel te vellen ‘in het belang van de rechtsontwikkeling’. Maar Deliveroo is toch zeker niet verantwoordelijk voor de rechtsontwikkeling in Nederland? Een rechter moet zijn oordeel geven naar de stand van de wet, het recht en de maatschappij op dat moment. Dat dit oordeel als gevolg van rechtsontwikkeling een half jaar later een heel ander oordeel kan zijn, is tot daaraan toe. Maar een uitspraak doen in het belang van de rechtsontwikkeling, miskent dat de belangen van en gevolgen voor de partijen.

Naar mijn mening had rechter Van Berkum, zeker nu hij expliciet naar de uitspraak van zijn collega verwijst, moeten uitleggen waarom hij op zoveel punten tot een andere conclusie komt. Dat was veel bevredigender geweest dan de opmerking over de rechtsontwikkeling. Door de uitleg had de uitspraak ook nog kunnen bijdragen aan rechtsontwikkeling.

Dienstverband of ondernemerschap?

Van Berkum oordeelt dat nu de overeenkomst eenzijdig door Deliveroo is opgesteld, aan de intentie van de werknemers maar weinig waarde moet worden gehecht. Zijn collega Van Buitenen vond dat de zzp’er die zelf heeft aangegeven een opdrachtovereenkomst te willen. Zich laat inschrijven bij de Kamer van Koophandel. En een BTW-nummer aanvraagt, de intentie heeft gehad om als zzp’er bij Deliveroo aan de slag te gaan.

Rechter Van Berkum concludeert dat het feit dat de beoordeling van de maaltijdbezorger een grote rol speelt in het toekennen van klussen, op een gezagsverhouding duidt. Maar is dat wel zo? Als het aanbod van werk niet is gegarandeerd, maar afhangt van de mate waarin wordt gepresteerd, duidt toch juist eerder op ondernemerschap?

Hoger beroep

Het zal u niet verbazen dat ik me meer kan vinden in de uitspraak van rechter van Buitenen dan in die van rechter Van Berkum. Mijn advies aan Deliveroo is dan ook om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak van rechter Van Berkum.

Lees meer over:

Over Auteur

mr. Edith van Schie

Mr. Edith van Schie is auteur bij XpertHR. Daarnaast is zij adviseur op het gebied van arbeidsrecht en HR. Edith is jarenlang actief geweest als arbeidsrechtadvocaat, maar heeft de zaken ook een paar jaar van een ‘andere kant’ kunnen bekijken toen zij bij de rechtbank werkzaam was. Zij publiceert over arbeidsrecht en HR.

Reageer