Werkgever krijgt groter risico bij werken met zelfstandigen

0

Freelancers en zzp’ ers hadden tijdenlang de VAR-verklaring als bewijs dat zij daadwerkelijk zelfstandig waren. Vorig jaar werd deze verklaring vervangen door de BGL, beschikking geen loonbelasting. Nu wordt dit systeem weer gewijzigd. Guido van Ankum van EY schept duidelijkheid over de nieuwe VAR in het HR-Journaal.

De veranderingen omtrent de VAR-verklaring zijn voor veel werkgevers en HR-professionals niet helemaal duidelijk. De meesten weten wel dat het systeem gaat veranderen, maar in welk opzicht het precies anders wordt en of dit een voordeel of nadeel is, is niet altijd bekend. En waarom moet de VAR-verklaring überhaupt het veld ruimen?

Er komen steeds meer freelancers bij, en de laatste jaren werden er erg veel VAR-verklaringen uitgegeven. Volgens Guido van Ankum, Senior Tax Manager Human Capital bij EY, is het de vraag of het terecht was dat al deze VAR-verklaringen werden uitgegeven. Van Ankum in het HR-Journaal: ‘Via de Belastingdienst konden zelfstandigen zelf een VAR aanvragen. Daarbij gaven zij op wat volgens hen de fiscale status van een arbeidsrelatie was. De fiscus kon dit niet één op één controleren. Er bleek vaak een VAR duo of dga te worden afgegeven die een vrijwaring gaf waar dit in de praktijk niet de bedoeling was.’

Deze constructie leidde tot schijnzelfstandigheid en verkapte dienstverbanden. Om dit aan te pakken, is de BGL in het leven geroepen: de Beschikking Geen Loonheffing. Deze constructie bleek niet haalbaar te zijn, dus is er een nieuwe variant ontwikkeld. Wat dat gaat worden, moet de praktijk uitwijzen.

Het belangrijkste verschil tussen de VAR en de nieuwe variant, is de verantwoordelijkheid. Zelfstandigen waren alleen verantwoordelijk voor de VAR, terwijl opdrachtgevers en zelfstandigen in de nieuwe situatie de verantwoordelijkheid delen. De werkgever moet mede beoordelen of de overeenkomst die gesloten is ook daadwerkelijk in de praktijk uitgevoerd gaat worden. Als de opdrachtgever hierbij niet goed oplet, zal hij ook last hebben van de consequenties.

‘Met de VAR was de werkgever zeker dat hij niet alsnog het risico liep om loonbelasting te moeten betalen omdat er sprake zou zijn van een dienstbetrekking. Bij deze nieuwe overeenkomst gaat die verantwoordelijkheid eigenlijk naar de werkgever terug. Die zal moeten beoordelen of de overeenkomst die gesloten is ook daadwerkelijk in de praktijk uitgevoerd gaat worden. Dat is een soort continue toets. Als dan toch sprake blijkt van een dienstbetrekking, moet een werkgever alsnog loonheffing inhouden. Als er wel volgens de overeenkomst wordt gewerkt, word je hiervan gevrijwaard’, aldus Van Ankum. Het risico hiervoor ligt dus bij de werkgever.

De gouden tip is om niet te wachten tot 2016. Van Ankum: ‘Ik zou zeggen dat wachten tot 1 januari vrij laat is. Mijn advies is om per heden al te inventariseren wie er binnen de organisatie rondlopen als zelfstandige, op welke wijze zij werkzaamheden verrichten en of dat ook daadwerkelijk echte zelfstandigen zijn. Ook is het belangrijk te weten dat als er een overeenkomst gesloten wordt, of deze voldoende is. Zo niet, dan zal er iets moeten wijzigen. Ofwel in de overeenkomst ofwel in de handelswijze. In elk geval moet je ervoor zorgen dat er geen risico bestaat. Er is nog een hoop werk aan de winkel. Het inventariseren alleen is denk ik al een uitdaging.’

Je kunt het HR-Journaal van donderdag 17 september nog een maand lang terugkijken.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer