Verificatieplicht identiteitsbewijzen door werkgever

1

Elke werkgever heeft de plicht om aan de hand van een identiteitsbewijs de identiteit vast te stellen van de mensen die voor hem werken. Daarbij moet hij zorgvuldig controleren of die identiteitsbewijzen wel echt zijn. In deze zaak doet de rechter uitspraak over in hoeverre een werkgever valse documenten moet kunnen onderscheiden van echte.

De situatie

Een uitzendbureau met ca. 140 uitzendkrachten in onder andere de schoonmaakbranche krijgt na een boekenonderzoek een naheffingsaanslag loonbelasting en een boete van bij elkaar meer dan € 200.000 omdat de personeelsdossiers van 15 uitzendkrachten kopieën van vervalste identiteitsbewijzen bevatte. Door elke uitzendkracht wordt normaal gesproken bij indiensttreding een identiteitsbewijs overlegt waar het personeel van het uitzendbureau dan een kopie van maakt.

De vraag

Het uitzendbureau krijgt een naheffing en een boete omdat het zich niet gehouden heeft aan de verificatieplicht van identiteitsbewijzen. De  centrale vraag in deze rechtszaak in hoger beroep is in hoeverre een werkgever moet kunnen zien dat een identiteitsbewijs echt of vervalst is.

Het oordeel

Het hof oordeelde dat een uitzendbureau van deze grootte wel zorgvuldig moet controleren op echtheid maar dat van het uitzendbureau niet verwacht kan worden dat het zich continue op de hoogte stelt van de actuele eisen aan identiteitsbewijzen. Het is een taak van de overheid om  werkgevers op de hoogte te stellen van de echtheidskenmerken en wijze waarop die gecontroleerd kunnen worden. Pas als de werkgever op de hoogte hoorde te zijn van de criteria en er duidelijk in het oog springende fouten of gebreken zijn, is er pas sprake van verwijtbaarheid. Ten aanzien van een aantal identiteitsbewijzen oordeelt de rechter dat de opgelegde boete en naheffing terecht was. Bijvoorbeeld in het geval dat de foto op de kopie van het identiteitsbewijs zo donker was dat de persoon onherkenbaar was. Bij een controle kan dan niet worden vastgesteld of het om de juiste persoon gaat. Op een ander identiteitsbewijs week de handtekening sterk af van die op de loonbelastingverklaring.

Van een aantal andere identiteitsbewijzen oordeelde de rechter dat de opgelegde boete en naheffing niet terecht waren. Op een identiteitsbewijs had de voor- en achternaam een andere volgorde dan op  verschillende andere formulieren. In een ander geval kwam de handtekening op het identiteitsbewijs  niet geheel overeen met die op andere formulieren. De rechter verminderde de aanslag en de boete.

Bron: LJN BI3638
Procedure: hoger beroep
Datum: 23-04-2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. bij indiensttreding dient een kopie van een geldig identiteitsbewijs ingeleverd te worden bij de werkgever.
    Als gedurende het dienstverband het identiteitsbewijs verlopen is, dient er dan
    opnieuw een kopie ingeleverd te worden van het nieuwe identiteitsbewijs?