Uitzendkracht met contract tot ‘einde teeltseizoen’ krijgt alsnog salaris

1

Een bepaling in de arbeidsovereenkomst van een uitzendkracht dat het contract ook kan eindigen bij het ‘einde van het teeltseizoen’ is geen ontbindende tijdsvoorwaarde. Het hof oordeelt, anders dan de kantonrechter, dat het einde van het teeltseizoen niet voldoende objectief bepaalbaar is.

De situatie

Een uitzendkracht in de glastuinbouw heeft een tijdelijke arbeidsovereenkomst tot 23 december 2010, dan wel tot het einde van het teeltseizoen. De werkgever laat hem weten dat zijn contract al op 18 oktober eindigt vanwege het einde van het teeltseizoen. De uitzendkracht is het daar niet mee eens en spant een kort geding aan om loondoorbetaling tot 23 december af te dwingen. Maar de kantonrechter vond de bepaling over ontslag bij het einde van het teeltseizoen een duidelijke ontbindende voorwaarde en geen uitzendbeding. De ontbindende tijdsbepaling was niet afhankelijk van de werkgever maar van de tomatenplanten. De uitzendkracht gaat nu in hoger beroep.

De vordering

De uitzendkracht is van mening dat de bepaling een uitzendbeding is waarop de werkgever geen beroep meer mocht doen omdat hij inmiddels meer dan 26 weken voor hem had gewerkt (art. 7:691 BW). Het beding is volgens hem ook geen ontbindende tijdsbepaling omdat het moment niet objectief bepaalbaar is.

Het oordeel

Het hof denkt er duidelijk anders over dan de kantonrechter. De bepaling levert geen bepaalde tijd op en is ook geen ontbindende voorwaarde. Het begrip ‘teeltseizoen’ is niet duidelijk af te bakenen. De partijen zijn het er bijvoorbeeld niet over eens of het rooien van de planten en de opruim- en schoonmaakwerkzaamheden na de laatste oogst ook nog bij het teeltseizoen horen. Daarnaast blijkt uit artikelen in vakbladen dat de laatste pluk gewoonlijk pas medio november is. Een maand later dus dan het einde van het contract. De werknemer blijkt ook in 2008 en 2009 tot in december doorgewerkt te hebben, onder dezelfde bepaling van ‘einde van het teeltseizoen’. Twee collega’s met hetzelfde contract hebben in 2010 ook tot in december doorgewerkt.

Inlener bepaalt einde?
Dat de inlener aangeeft wanneer het teeltseizoen eindigt, vindt het hof ook niet objectief genoeg om te voldoen aan de voorwaarden van een ontbindende tijdsbepaling. De inlener is niet de formele werkgever maar hij kan wel hetzelfde belang hebben als de werkgever bij een beroep op het verstrijken van de termijn.
De uitzendkracht, die een fase B-uitzendovereenkomst had, moest juist beschermd worden tegen zo’n willekeurige beëindiging van het contract.
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en de werknemer krijgt zijn loon tot 23 december 2010 alsnog uitbetaald.

LJN BU8987
Hof Leeuwarden
Uitzendbeding of ontbindende voorwaarde?
Hoger beroep in kort geding*
20 december 2011

*Kort geding: LJN BP7367

Door mr. Ingrid Kooijman »

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Correct arrest, uiteraard zeer zuur voor het uitzendbureau, waaruit blijkt dat het einde van het werk of van een project zeer zorgvuldig en vooral objectief moet worden gedefinieerd om de toets “einde van rechtswege” te kunnen doorstaan.