Dit zijn de mogelijke aanpassingen in Wet DBA

0

Een stuurgroep van ambtenaren van verschillende ministeries heeft tien mogelijke varianten bedacht voor aanpassingen van de Wet DBA.

Sinds 1 mei 2016 is de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) vervangen door de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). De overgang ging niet bepaald soepel. De nieuwe wet zorgt bij veel werkgevers voor onrust en onzekerheid. Criteria als ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’ zorgen voor veel onduidelijkheid. Ook zzp’ers zijn zeer ontevreden over de nieuwe wet omdat zij door de invoering opdrachten verliezen.

Nieuw kabinet

Een stuurgroep van verschillende ambtenaren van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Financiën, Economische Zaken en Veiligheid en Justitie heeft tien verschillende beleidsvarianten opgesteld. Het is aan het nieuwe kabinet om te beoordelen welke keuzes gemaakt moeten worden en hoe het vervolg van het dossier-DBA eruit ziet.

Mogelijke aanpassingen

Dit zijn de mogelijke aanpassingen die de stuurgroep voorstelt:

  1. Overgaan tot handhaven van de wet per 1 januari 2018. De stuurgroep noemt dit een ‘nuloptie’. Bij dit scenario verandert er niets aan de regelgeving.
  2. Een instrument ontwikkelen waarmee de status van de arbeidsrelatie wordt bepaald, zodat opdrachtgevers rechtszekerheid kunnen verkrijgen. Als voorbeeld wordt een webmodule genoemd die door de opdrachtgever wordt ingevuld, zoals ook al in Engeland wordt gebruikt.
  3. Opstellen van criteria die bepalen wanneer sprake is van een dienstbetrekking. Daarin staan bijvoorbeeld de duur van de overeenkomst, het tarief en de vraag of er sprake is van kernactiviteiten.
  4. Opstellen van criteria die bepalen wanneer er geen sprake is van een dienstbetrekking. Ook hier bestaan de criteria dan ook zaken als tarief, duur van de overeenkomst en wel of geen kernactiviteiten.
  5. In de fiscale en de sociale zekerheid kan wettelijk worden bepaald dat er ook sprake kan zijn van een dienstbetrekking als er geen verplichting is tot het persoonlijk verrichten van arbeid, maar feitelijk wel (een deel van) de arbeid persoonlijk wordt verricht. Dit voorkomt bepaalde schijnconstructies.
  6. Het aanpassen van fictieve dienstbetrekkingen in de werknemersverzekeringen en de loonbelasting. Hierdoor worden bepaalde groepen werkenden die civielrechtelijk gezien geen arbeidsovereenkomst hebben, voor de werknemersverzekeringen en de loonbelasting wel als werknemers beschouwd.
  7. Maatwerkoplossingen bedenken voor werkenden die op grond van de huidige criteria buiten de arbeidsovereenkomst vallen maar waarvan het maatschappelijk wenselijk wordt geacht dat zij wel een arbeidsovereenkomst hebben. Dit geldt momenteel in het wegvervoer en tot op zekere hoogte in de postsector.
  8. Een opt-out uit dienstbetrekking voor de bovenkant van de arbeidsmarkt op basis van de binaire criteria duur en tarief. Hiervoor moet bekend zijn hoeveel uren iemand werkt en dat stuksprijzen kunnen worden omgerekend naar uurtarieven.
  9. Een ondernemersverklaring opstellen voor een selectieve groep opdrachtnemers die op basis van een aantal strikte criteria vrijwel zeker ondernemer is. Door deze verklaring heeft de opdrachtgever de verzekering dat hij geen risico loopt op boetes of naheffingen. Het verschil met de VAR is dat de toets vooraf plaatsvindt. De stuurgroep laat wel weten dat de Belastingdienst de uitvoering van deze variant problematisch noemt.
  10. In de wet regelen dat de beloning van opdrachtnemers gelijk moet zijn aan die van werknemers.

Lees voor een uitgebreide toelichting per aanpassing met daarbij ook voor- en nadelen het ‘Rapport varianten kwalificatie arbeidsrelatie’.

Lees meer over:

Over Auteur

Marloes Oelen

Marloes Oelen is contentcoördinator van XpertHR. Met haar journalistieke blik zorgt zij ervoor dat jij helemaal niks mist.

Reageer