Jurisprudentie | Uitzendovereenkomst bestaat ook zonder allocatiefunctie

0

De Hoge Raad heeft de uitspraak gedaan dat er voor een uitzendovereenkomst geen andere vereisten gelden dan die in de wet staan. En de allocatiefunctie staat daar niet in.

Wat eraan voorafging

In een rechtszaak van een payrollbedrijf tegen de Belastingdienst lag de vraag voor of het bedrijf
een uitzendorganisatie is of, zoals het bedrijf zelf vindt, een puur administratief bedrijf. Het antwoord op die vraag heeft flinke financiële gevolgen, onder meer voor de hoogte van premies die het bedrijf moet betalen en de eventuele verplichte deelname aan het pensioenfonds voor de uitzendbranche.

Hoe het afloopt

Via de kantonrechter en het hof belandde de zaak bij de Hoge Raad. En die oordeelde kort en krachtig dat er sprake is van uitzendovereenkomsten, en daarmee een uitzendbedrijf, als er wordt voldaan aan de eisen die de wet (art. 7:690 BW) stelt aan een uitzendovereenkomst. Dat is het geval als een onderneming
• in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf
• werknemers ter beschikking stelt aan een derde
• om arbeid te verrichten
• onder toezicht en leiding van de derde
• middels een aan de werkgever verstrekte opdracht.

De allocatiefunctie – het bijeenbrengen van vraag en aanbod – wordt niet in het wetsartikel genoemd en is daarmee geen vereiste voor het bestaan van een uitzendovereenkomst.
Daarmee komt een einde aan een langdurige discussie over de vraag of de allocatiefunctie een vereiste is voor het bestaan van een uitzendovereenkomst. Nu die vraag ontkennend is beantwoord, ligt de weg voor veel driehoeksrelaties open om gebruik te maken van het – vanuit werkgeversoogpunt gezien – vriendelijke regime van artikel 7:691 BW.

In de praktijk

Met deze uitspraak is het duidelijk geworden dat verschillende driehoeksrelaties op het gebied van arbeid, of het nu payrolling heet, detachering of anders, uitzendovereenkomsten zijn als ze voldoen aan de genoemde criteria. Dit betekent soms een makkelijker einde van de overeenkomst of het gebruik kunnen maken van de gunstigere ketenregeling die de uitzendovereenkomst biedt.

Meer jurisprudentie:

Uitspraak: ECLI:NL:HR:2016:2496 en 2356, november 2016
Meer over deze uitspraak in XpertHR

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman houdt de jurisprudentie scherp in de gaten. Wekelijks publiceert ze op XpertHR Actueel artikelen rondom arbeidsrecht.

Reageer