Het beginsel van goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) is ook van toepassing op de relatie inlener en gedetacheerde.

0

De Kantonrechter te Sneek heeft in haar uitspraak van 10 november
2006  geoordeeld dat een detacheringsovereenkomst onder haar competentie
valt nu deze betrekking heeft op de arbeidsovereenkomst. Verder acht zij ‘het
beginsel van goed werkgeverschap’ zoals bepaald in artikel 7:611 Burgerlijk
Wetboek ook van toepassing op de inlener.

De feiten

Werknemer is in dienst van het uitzendbureau en is al 17 jaar gedetacheerd bij de gemeente (inlener). De gemeente heeft van de één op de andere dag een brief aan het uitzendbureau gestuurd, waarin zij aangeeft geen gebruik meer te willen maken van de diensten van deze werknemer. Op grond hiervan dagvaardt de werknemer de gemeente en eist bij voorlopige voorziening rectificatie en intrekking van de bewuste brief. Ten tweede vordert hij wedertewerkstelling bij de gemeente. Tot slot vordert hij een voorschot op een schadevergoeding van € 5.000.
De kantonrechter oordeelt dat de detacheringsovereenkomst vergelijkbaar is met de uitzendovereenkomst als bepaald in artikel 7:690 Burgerlijk Wetboek. In die situatie gaat van boek 7, titel 10 Burgerlijk Wetboek in zoverre enige reflexwerking uit dat van de inlener verwacht mag worden dat hij zich bij de uitoefening van zijn toezichthoudende en leidinggevende taken als een goed werkgever als bedoeld in artikel 7:611 BW gedraagt.  

De inlener dient ten aanzien van het functioneren van de werknemer de vereiste zorgvuldigheid in acht te nemen. De gemeente kan de verwijten aan de werknemer niet aannemelijk maken. Door die verwijten toch naar buiten en onder de aandacht van het uitzendbureau te brengen, heeft de gemeente zich jegens de werknemer niet gedragen zoals van een goed werkgever verwacht mag worden. Hierdoor kunnen de gedragingen van de gemeente als onrechtmatig worden aangemerkt (aangezien tussen de gemeente en de werknemer geen overeenkomst bestaat).

De vorderingen van de werknemer voor wat betreft de intrekking van de brief, de rectificatie en het voorschot op een schadevergoeding worden gehonoreerd. De vordering tot wedertewerkstelling kan niet worden toegewezen, nu dit ook de positie van het uitzendbureau als formele werkgever raakt, terwijl deze geen partij is in de procedure. 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer