Geen boete bij overnemen detacheringskracht

2

Geen boete voor een bedrijf dat een detacheringskracht‘ overneemt’ maar wel vergoeding van een redelijk loon’ voor de inspanningen van het detacheringsbedrijf. De vraag is hoe dat bedrag bepaald moet worden.

De situatie

In oktober 2012 gaat een detacheringskracht aan het werk bij een bedrijf. Hij werkt er maar zeven weken omdat het project waarvoor hij was aangenomen niet door gaat. De detachering eindigt. Een paar maanden later neemt de gedetacheerde zelf contact op met het bedrijf om te vragen of ze werk voor hem hebben. Hij is dan niet meer in dienst bij het detacheringsbureau. Er is werk voor hem en in maart 2013 treedt hij in dienst. Het detacheringsbureau meent dat het bedrijf de algemene voorwaarden heeft geschonden. Die bevatten een algemeen verbod op indiensttreding tot twaalf maanden na afloop van de detachering. Er staat een boete op van zes maandsalarissen. Het detacheringsbureau stapt naar de rechter om de boete te vorderen.

De vordering

Het detacheringsbureau vordert de boete van iets meer dan 14.000 euro, dan wel een betaling van 6.395 euro, dan wel een door de kantonrechter vast te stellen redelijke vergoeding.

Het verweer: boete is in strijd met belemmeringsverbod

De inlener meent dat het boetebeding nietig is omdat het in strijd is met het belemmeringsverbod uit de Waadi (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, art. 9a). Dat verbod is sinds 2012 van kracht en houdt in dat intermediairs geen voorwaarden meer mogen stellen aan het overnemen van de arbeidskracht aan het einde van de afgesproken terbeschikkingstelling. Ze mogen wel ‘een redelijke vergoeding’ in rekening brengen voor de verleende diensten in verband met de terbeschikkingstelling, werving of opleiding van de medewerker.

Bij de rechter

De rechter overweegt dat elk beding dat de indiensttreding van een arbeidskracht bij de inlener na afloop van de terbeschikkingstelling belemmert nietig is, tenzij dat beding inhoudt dat er een redelijke vergoeding betaald moet worden voor de verleende diensten. Dus moet hier beoordeeld worden of het gevorderde bedrag een redelijke vergoeding is.

Wet zwijgt over wat redelijke vergoeding is
De wet zelf zegt niets over wat een redelijke vergoeding is maar in de toelichting staat dat gekeken kan worden naar wat in de markt gebruikelijk is en naar de duur van de terbeschikkingstelling. Dit laatste omdat bij een langere inzet het bureau de kosten al grotendeels terugverdiend heeft.

De rechter oordeelt dat niet is gebleken dat een bedrag van zes maandsalarissen een redelijke vergoeding is. Het beding is daarom nietig. Daarbij speelt mee dat het detacheringsbureau nog heeft aangeboden om dan maar indiensttreding toe te staan tegen een lager bedrag. Dat het beding nietig is, wil nog niet zeggen dat er geen vergoeding moet worden betaald.

Inlener moet betalen voor verleende diensten
De inlener is het detacheringsbureau een vergoeding, oftewel een ‘redelijk loon’, verschuldigd voor verleende diensten uit een overeenkomst van opdracht (art. 7:405 BW), ook al was de medewerker inmiddels niet meer in dienst bij het bureau. Het contact tussen inlener en medewerker is nu eenmaal tot stand gekomen via het bureau, oordeelt de rechter.

Hoogte van de kosten
Het bureau heeft aangegeven dat het werkzaamheden voor de werving- en selectiekosten en de bemiddeling heeft gedaan, maar ook algemene kosten heeft gemaakt zoals het bezoeken van beurzen, het onderhouden van de database met kandidaten en bijdragen aan bijvoorbeeld Monsterboard. Die kosten zijn niet terugverdiend door het uitlenen voor maar 278 uur. Omdat de rechter tijdens de zitting onvoldoende informatie heeft over hoe het gebruikelijke loon wordt berekend en het niet duidelijk wordt wat nu precies gebruikelijk is in de markt, stuurt de rechter het bureau terug om met een onderbouwing te komen van een redelijke vergoeding, en houdt de beslissing tot die tijd aan.

Gegevens rechtszaak: ECLI:NL:RBOBR:2013:6814
Datum uitspraak: 12 december 2013

Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

2 reacties

  1. Avatar
    Mark van Assema op

    Interessante case, echter zonder uitspraak nog beperkt bruikbaar. Maar gelukkig geen 6 maandsalarissen voor amper 2 maanden werken. Dat zou voor een werving en selectiebureau ook een hoge som zijn bij het bemiddelen voor een vast medewerker die binnen zijn proeftijd weg is.

Reageer