’Het ontzien van vijftigplussers is niet nodig’

1

Pakt HR genoeg door op het gebied van duurzame inzetbaarheid? Deze vraag stellen we specialisten op dit gebied. Aflevering 2: Tinka van Vuuren (57), bijzonder hoogleraar Vitaliteitsmanagement bij de Open Universiteit en consultant bij verzekeringsmaatschappij Loyalis. ‘Het ontzien van vijftig-plussers lijkt me niet nodig.’

duurzame inzetbaarheid

Tinka van Vuuren

Bent u zelf een vitale werknemer?

‘Ja, ik ben bevlogen, meestal productief, gezond, energiek en ik houd van mijn werk. Ik geef mezelf een 9 voor vitaliteit. Mijn twee banen versterken elkaar. Ze bieden me afwisselend werk: ik kan lezingen en workshops geven, maar ook onderzoek doen en met organisaties meedenken hoe Nederlandse werknemers duurzamer inzetbaar kunnen worden.’

Hoe dragen uw werkgevers eraan bij dat u vitaal blijft?

‘Ze geven mij de ruimte om mijn werk in te richten zoals ik dat wil. Ik werk in een leuk team, ik krijg waardering en ik heb de mogelijkheid me te ontwikkelen. Bijvoorbeeld door naar congressen te gaan. Om mijn gezondheid te bevorderen, kan ik genieten van stoelmassages en ik kan fitnessen op het terrein waar ik werk.’

Vindt u dat een werkgever vijftig-plussers ook moet ontzien?

‘Nee, dat lijkt me niet nodig. Uit onderzoek blijkt dat maatregelen zoals seniorendagen er niet toe leiden dat mensen langer willen doorwerken of beter gaan presteren. Vijftig-plussers kunnen beter op zoek gaan naar activiteiten waar ze energie van krijgen. Dat kan betekenen dat een brandweerman met fysieke klachten jonge brandweerlieden gaat opleiden of zich gaat specialiseren in de richting van vergunningen of controle. Bij topsport en defensie is al langer gebruikelijk dan mensen zich tijdig voorbereiden op een tweede loopbaan. Dat kan ook bij dezelfde werkgever zijn, maar dan in een andere functie.’

U pleitte in uw oratie in 2011 voor versterking van de duurzame inzetbaarheid van mensen. Hoe ziet u die nu voor u?

‘Opleidingen kunnen daaraan bijdragen, maar ook verandering van de inhoud van het werk of afdeling. Uit onderzoek blijkt dat de bereidheid om een andere baan te zoeken met het ouder worden vermindert. Als organisatie kun je dan ook stimuleren dat mensen informeel blijven leren. Op een universiteit werken ict’ers bijvoorbeeld één dag per week bij de helpdesk. Andere organisaties zetten een interne projectenbank op. Door tijdelijk iets anders te doen, blijven mensen zich ook ontwikkelen.’

Hebben gezondheidsprogramma’s op het werk zin?

‘Als ze passen in de bedrijfscultuur hebben ze zeker zin. Ik ken bedrijven waar medewerkers van hoog tot laag meedoen met een marathon of een competitie. Achter de bureaus staan bureaufietsen en op tafel ligt fruit. Mensen die dicht bij wonen, krijgen het vriendelijke verzoek met de fiets te komen. Ze moeten betalen voor een parkeerplek. tenzij ze een gegronde reden hebben. Gezondheidsprogramma’s hebben alleen zin als de arbeidsomstandigheden in orde zijn en de werkdruk niet te hoog is.’

Wat ziet u als de grootste uitdaging voor HR?

‘Ik zie indrukwekkende maatregelen op het gebied van loopbaanbeleid en prachtige websites. Maar wie kijkt ernaar? Hoe zorg je dat medewerkers de mogelijkheden benutten? Blijf het gesprek over hun vakbekwaamheid en hun gezondheid aangaan, het hele jaar door. Stel persoonlijke ontwikkelplannen met hen op, spreek hen er tussentijds op aan en geef het goede voorbeeld. Maar benadruk ook dat ze zelf de regie hebben.’

En wat is uw grootste uitdaging?

‘Ik blijf op zoek gaan naar maatregelen die het best werken en makkelijk zijn in te voeren. Met een gemeente gaan we een proef doen bij Stadsbeheer. We willen de taken van ouderen en jongeren inhoudelijk met elkaar te verbinden om ervoor te zorgen dat het werk van beide groepen meer tegemoetkomt aan vier basisbehoeften: bestaanszekerheid, autonomie, competentie en verbinding met anderen. Bijvoorbeeld door de oudere medewerker kennis en ervaring over te laten brengen. De jongere medewerker kan dan weer helpen bij fysieke taken en de nieuwste ontwikkelingen, zoals het gebruik van smartphone en tablet. Ik geloof daar meer in dan oudere medewerkers alleen minder uren te laten werken.’

Lees ook

  • Bijna wekelijks verschijnen er onderzoeken naar duurzame inzetbaarheid, er zijn ontzettend veel websites met achtergrondinformatie. En over werkstress en burn-out lezen we bijna dagelijks in de media. Hoe vind jij als HR-professional je weg in al deze informatie? XpertHR Actueel gidst jouw door de duurzame inzetbaarheid.
    Bekijk alle artikelen in ons dossier Duurzame Inzetbaarheid >>>
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Jolan Douwes

Jolan Douwes is freelance-redacteur van XpertHR Actueel. Behalve journalist is zij ook loopbaanadviseur. Zo pikt ze de laatste ontwikkelingen op het gebied van werk snel op.

1 reactie

  1. Professor van Vuuren komt hier met een al te zeer droomverhaal dat naar mijn inschatting meer is gebaseerd op promotie van haar eigen gevoel van vitaliteit dan op wetenschappelijk inzicht. Ik ben het zeer zeker met haar eens dat er onzinprogramma’s worden ingezet, maar daar houdt het dan ook ver op. Wat betreft overheidsinstellingen en grote bedrijven mag er zeer zeker een inspanning worden verwacht, maar laat dan ook echt eens duidelijk zijn dat de levensverwachting wel verbetert, maar dat de vitaliteit zich niet stabiliseert of evenredig met de levensverwachting ontwikkelt. Wat ik volledig mis is wat de motor achter de economie, MKB, hier kan doen. Daar zijn de middelen beperkt. Deze sector is overstelpt met maatregelen, boetes en risico’s die zij niet meer kan dragen. Professor van Vuuren zou er goed aan doen hier eens de zere vinger te leggen en de lobby te starten voor deze groep die al zo geweldig onder druk staat.

Reageer