JurisprudentieWerkgever betaalt halve salarissen uit door coronacrisis. Mag dat?

0

Een werkgever die door de coronacrisis in financiële nood zit, halveert de uitbetaling van de salarissen van al zijn werknemers. Een van de werknemers is het hier niet mee eens en spant een kort geding aan.

Wat eraan voorafging

Een medewerker in de bediening van een broodjeszaak in het toeristische centrum van Amsterdam heeft een tijdelijke arbeidsovereenkomst van 1 november 2019 tot 31 mei 2020. De omzet van het restaurant is aan het begin van het jaar altijd laag; dat trekt aan als in maart de toeristenstroom op gang komt. Daarom heeft de werkgever begin extra personeel aangenomen; hij heeft daarna 16 medewerkers in dienst. Het restaurant moet half maart dicht vanwege de coronamaatregelen. Eind april start de werkgever met een beperkte take-away.
De werkgever krijgt in maart overheidssteun (NOW) voor 60% van de loonsom over januari 2020. Toen waren de nieuwe medewerkers nog niet in dienst. Met het bedrag heeft de werkgever àlle medewerkers in maart 50% loon van hun loon uitgekeerd. De werknemer vraagt zijn werkgever tevergeefs om betaling van zijn gehele salaris. De werkgever betaalt niet en de werknemer spant een kort geding aan.

Bij de rechter

De werknemer vraagt onder meer om betaling van achterstallig salaris met een wettelijke verhoging van 25% en wettelijke rente. Vlak voor de zitting heeft de werkgever nog de helft van het salaris over april betaald.

De rechter concludeert dat de werkgever door buitengewone omstandigheden in een onvoorziene, bedrijfseconomische noodsituatie verkeert. Hij heeft een zwaarwegend belang op grond waarvan hij van de medewerkers kan vragen om – in overleg – bepaalde arbeidsrechtelijke aanspraken op te schorten of zelfs op te geven. Maar in dit geval heeft de werkgever zonder overleg het besluit genomen om maar 50% van de salarissen uit te betalen. De inkomensachteruitgang werknemer, die voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van zijn loon, is daardoor zo groot dat hij in de financiële problemen komt.

De kortgedingrechter weegt de belangen van beide partijen af en concludeert dat de werkgever op grond van redelijkheid en billijkheid niet van de werknemer mag vragen om meerdere maanden in te stemmen met het opschorten van 50% van zijn salaris. Dat niet bekend is wanneer de werkgever in staat is om de achterstand weer in te lopen, speelt daarbij ook een rol. De werkgever moet het achterstallig salaris van 1.744,59 netto alsnog uitbetalen.
De kantonrechter houdt niet alleen rekening met de belangen van de werkgever en de werknemer maar heeft ook oog voor die van de andere werknemers. De werkgever hoeft daarom geen wettelijke rente en geen wettelijke verhoging te betalen.

In de praktijk

Dit is voor zover bekend de eerste ‘corona-uitspraak’ in het arbeidsrecht. Er wordt veel overlegd, besproken en onderhandeld tussen werkgevers en werknemers om de moeilijke economische situatie samen het hoofd te bieden. Maar regelmatig wordt er ook gehandeld zonder overleg. Duidelijk is dat een werkgever niet zomaar eenzijdig het besluit kan nemen een deel van het salaris opschorten, ook niet in een crisissituatie.

Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2020:2734, 28 mei 2020
Uitgebreide samenvatting op XpertHR!

  • Antwoordbank XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.