NOW-regeling: zo zit het met flexibele werknemers

0
Sinds de details van de NOW-regeling bekend zijn, stromen de vragen binnen over flexibele werknemers van ondernemers. Want hoe werkt de regeling voor oproepkrachten en min-max werknemers? Lees het hier!

Hoewel dat aanvankelijk wel het plan was, is het aanhouden en doorbetalen van flexibele werknemers geen voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op de NOW-subsidie. Het kabinet roept werkgevers wel op om het loon van flexwerkers zoveel mogelijk door te betalen.

Werknemers met een flexibele arbeidsomvang hebben op grond van de wet (voor zover zij geen succesvol beroep kunnen doen op het rechtsvermoeden van arbeidsomvang, alleen recht op loon voor het minimaal aantal uren dat vast is overeengekomen en voor zover de loondoorbetalingsplicht niet is uitgesloten.

Maar de NOW voorziet ook in tegemoetkoming in de loonkosten van werkgevers wanneer zij meer loon betalen aan de werknemers met een flexibele arbeidsomvang dan waar zij wettelijk toe verplicht zijn. De NOW stimuleert de werkgever daarmee om in de situatie waar geen loondoorbetalingsverplichting bestaat op grond van de wet, toch coulance-halve het loon door te betalen.

Hoe werkt dit?

Het voorschot dat in het kader van de NOW wordt verstrekt, is (behoudens uitzonderingen) gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de maanden maart-april-mei lager is, wordt de hoogte van de subsidie 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Kiest de werkgever ervoor om de lonen van werknemers met flexibele arbeidsomvang door te betalen ter hoogte van het gemiddelde loon in januari 2020, dan tellen deze lonen mee bij de vaststelling van de subsidie. Als de werkgever minder betaalt, daalt de loonsom over de maanden maart-april-mei en wordt de subsidie lager vastgesteld. Dit kan leiden tot een terugvordering. Een hogere loonsom in de maanden maart-april-mei leidt niet tot een hogere vaststelling van de subsidie.

Rekenvoorbeeld: bij 100% omzetdaling:

De loonsom waarop het voorschot is gebaseerd is € 200.000. Het verwachte subsidiebedrag is € 200.000 x 90% = € 180.000. Als voorschot wordt daarvan 80% uitgekeerd, ofwel € 144.000.

Als de loonsom over de maanden maart-april-mei is gedaald tot € 110.000, omdat de werkgever de lonen van werknemers met een flexibele arbeidsomvang niet heeft doorbetaald, wordt daar bij de uiteindelijke vaststelling van de subsidie rekening mee gehouden. De daling van de loonsom, maal 90%, wordt afgetrokken van het subsidiebedrag. Het uiteindelijke subsidiebedrag wordt dus € 180.000 – € 90.000 x 90% = € 99.000. Dat betekent een terugvordering van € 45.000.

Als de loonsom over de maanden maart-april-mei niet is gedaald maar € 200.000 is gebleven, wordt bij de uiteindelijke vaststelling van de subsidie uitgegaan van 90% van de oorspronkelijke loonsom, dus van 90% van € 200.000 = € 180.000. De vastgestelde subsidie is dus hoger en er volgt een nabetaling van € 36.000.

Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Edith van Schie is auteur bij XpertHR. Daarnaast is zij adviseur op het gebied van arbeidsrecht en HR. Edith is jarenlang actief geweest als arbeidsrechtadvocaat, maar heeft de zaken ook een paar jaar van een ‘andere kant’ kunnen bekijken toen zij bij de rechtbank werkzaam was. Zij publiceert over arbeidsrecht en HR.