Waarom jongeren een eigen cao willen

3

De cao moet op de schop, maar wie durft de eerste stap te zetten in het spanningsveld tussen werkgevers en vakbonden? Nu de volwassenen het laten afweten komen de jongeren in actie!

De cao onderhandelaars hebben dit jaar nog een flinke klus te doen.  Natuurlijk is het gebruikelijke spel van werkgevers- en werknemersorganisatie een van de oorzaken van het feit dat een groot aantal cao’s nog niet is afgesloten.  Echter worden er ook steeds vaker vraagtekens geplaatst bij het concept van de cao zelf. Zo laat ook de politiek, met Steven van Weyenbergen (D66) als een belangrijke aanjager, weten dat de cao drastisch vernieuwd moet worden. Die oproep lijkt langzaam steeds meer gehoor te krijgen. En ook jongeren roeren zich en komen met verfrissende ideeën voor een toekomstbestendige cao.

Jeugdig optimisme

De sociaal economische raad heeft eerder al onderzoek laten doen naar de toekomst van de cao en de bevindingen daarvan gepubliceerd in het rapport verbreding draagvlak cao afspraken (SER, 2013). Wonderbaarlijk concludeert de SER dat het juist de jongeren zijn die het meeste vertrouwen hebben in en waarde hechten aan de cao. De SER baseert zich hierbij op de uitkomsten van de nationale enquête arbeidsomstandigheden 2013 van TNO.  Maar enige nuancering lijkt hier op zijn plaats. Zo blijkt inderdaad dat jongeren (15-24) enthousiaster zijn over de cao dan hun oudere collega’s. Echter blijkt dat jongeren op bijna alle vragen positiever antwoorden dan hun oudere collega’s. De belangrijkste conclusie die we daaruit kunnen opmaken is dat we met een optimistische generatie te maken hebben.

ReflexLAB

In de afgelopen maanden hebben vijftig van die jonge positievelingen meegedaan aan het ReflexLAB: hét platform voor jongeren met een mening over de toekomst van de arbeidsmarkt. Arbeidsvoorwaarden is één van de onderwerpen die in dat lab zijn behandeld. Het organiseren van arbeidsvoorwaarden in collectief verband is belangrijk voor de economie en een typisch Nederlands fenomeen. Werkgevers ontlenen daaruit continuïteit en werknemers zekerheid. Maar de inhoud van die arbeidsvoorwaarden en vooral de wijze waarop deze tot stand komen is een schaakspel geworden waar jongeren niets van snappen. Zelf als voormalig HRM-student heb ik helaas moeten ervaren dat je tijdens de opleiding nauwelijks tot niet wordt bijgebracht hoe de wereld van collectieve arbeidsovereenkomsten in elkaar zit.

Wat jongeren willen

Uit onderzoek van het ReflexLAB blijkt dat meer dan de helft van de jongeren vooraf graag meer betrokken wil worden bij de vorming van arbeidsvoorwaarden. Opvallend daarbij is dat ruim 60% aangeeft zich niet vertegenwoordigd te voelen door de vakbeweging terwijl 80% van de jongeren de cao wel wil behouden. Vooral de wijze waarop de cao tot stand komt moet anders als het aan de jongeren ligt. Een overweldigende meerderheid (80%) van de jongeren wil op digitale wijze betrokken worden bij de totstandkoming van de cao. Essentieel voor deze jongeren is dat iedereen die onder de cao valt ook kan meedenken en zijn of haar inbreng kan hebben, ongeacht of je wel of niet lid bent van de vakbeweging.

Uit dat zelfde onderzoek van het ReflexLAB blijkt dat 75% van de jongeren flexibiliteit en keuzevrijheid van belang vinden in hun arbeidsvoorwaarden. Je kunt hierbij denken aan een schuif systeem waarbij binnen kaders kan worden gekozen om bepaalde arbeidsvoorwaarden in meerdere of mindere maten te benutten, zoals bij een zorgverzekering. Er is echter één inhoudelijk aspect waar alle jongeren het eens over lijken te zijn: scholing. Bijna alle jongeren geven aan dat scholing de belangrijkste secundaire arbeidsvoorwaarde is en dat deze nog onvoldoende terugkomt in hun huidige arbeidsvoorwaardenpakket.

Wat schuift het?

De jongeren uit het ReflexLAB pleiten voor een toegankelijke, begrijpbare en flexibel cao. Een ‘collectief schuifsysteem’ moet zorgen voor extra keuzemogelijkheden naast betere benutting van de mogelijkheden die er al zijn. Het schuifsysteem zou vergelijkbaar zijn met het systeem van (zorg)verzekeraars. Een dergelijk systeem past bij de wensen van jongeren als het gaat om arbeidsvoorwaarden en zal het zodoende ook meer bewustzijn én betrokkenheid creëren. Jongeren zullen zich simpelweg gaan afvragen: wat schuift het?

Jessy van den Boogaard is HR consultant bij SBI Formaat en deelnemer aan het ReflexLAB. Op zijn blogsite vind je meer blogs en interessante links.

Ter info: op 27 mei had de Tweede Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een hoorzitting over de toekomst van de cao.

Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

3 reacties

  1. Dick Klinkhamer op

    Beste Jessy,
    Je schrijft opmerkelijke dingen. Zo vind je het jammer dat er tijdens de opleiding nauwelijks aandacht wordt besteed aan de wereld van de collectieve arbeidsovereenkomsten.
    Ik begrijp dat ook niet. Een CAO en zeker een algemeen verbindend verklaarde is immers behoorlijk bepalend voor de inrichting van het P&O proces bij de betrokken werkgevers. En om eventueel ooit invloed vanuit enige rol uit te oefenen is inhoudelijk inzicht in geschiedenis en werking een must.
    Jouw constatering is typisch een voorbeeld van het niet in elkaar overlopen van opleiding en praktijk. En dat is bij veel studies het geval. Zo is belastingrecht ook geen verplicht vak in de opleiding Nederlands recht. Maar heel veel vraagstukken, waarmee je te maken krijgt als je met je studie aan de bak moet (en dat is toch het doel van de studie), kennen om tot een werkelijk goed resultaat te komen een fiscaal aspect. Een brede HRM opleiding die moet vormen tot een professional die nog niet weet waar hij/zij terecht zal komen ontkomt niet aan een behoorlijke portie arbeidsrecht (dat de formele HRM component is), gelijk de arbeidsjurist die zich toch ook echt dient te buigen over het nodige ‘materiële’ P&O. Tenminste, als je echt een topper wil worden of als talent wilt worden gezien!

  2. Dick Klinkhamer op

    Wellicht wat informatie.
    Het is vanaf begin vorige eeuw als een toenemend efficiënt voordeel ervaren om niet individueel maar collectief te onderhandelen. Het recht op collectief onderhandelen is vastgelegd in een IAO conventie en het Eur. Soc. Handvest. De opkomst van de CAO dateert van begin vorige eeuw en vindt zijn grond in de economische ongelijkheid tussen wkg en wkn, dezelfde basis als voor het gehele arbeidsrecht. Het loopt gelijk op met het bestaansrecht van de vakbonden als collectieve belangenbehartigers. De algemeen verbindend verklaarde CAO (1937), met als doel het beschermen en stimuleren van het collectief overleg (‘middel bij uitstek om samenwerking tussen werkgevers en werknemers en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden te bevorderen’), gaat daarbij een stap verder omdat de bepalingen ervan toezien op de gehele bedr.tak of sector. In de naoorlogse situatie is de CAO via het BBA 1945 gebruikt voor een geleide loonpolitiek (alle CAO’s moesten voorgelegd ter goedkeuring aan onafhankelijke deskundigen). De Wet op de CAO heeft vanuit die “collectieve” ontwikkelingen de vakbond aangewezen als CAO onderhandelingspartij.

  3. Dick Klinkhamer op

    De vraag die nu speelt is of het systeem van de CAO nog wel kan beantwoorden aan de arbeidsmarktproblematiek waarmee werkgever en werknemer thans te maken hebben en niet is blijven hangen in de tijd. Dat geldt ook voor de vakbonden die hun bestaan voor het overgrote deel voornamelijk terugvoeren op hun CAO partijschap. Het zal duidelijk zijn dat er nog steeds sprake is van een economische ongelijkheid, het allemaal uitsluitend overlaten aan de werkgever afzonderlijk lijkt geen goed idee. Daarvoor hoef je maar een week het nieuws te volgen (je zal bijvoorbeeld maar uitzendkracht bij de bank of pakketbezorger zijn/ Hallo P&O daar?)). Jij schrijft dat jongeren niet veel op hebben met het huidige CAO gebeuren, maar dat heeft de oudere werknemer die baanverlies heeft geleden zeker niet. De CAO maakt de kans op werk namelijk vele malen kleiner nu deze oudere te maken krijgt met CAO arbeidsvoorwaarden die nu tegengesteld uit de markt drukken. Oude lullendagen, verplichte inschaling en andere arbeidsvoorwaarden zoals ‘dure’ pensioenpremiebijdragen werken dan ineens tegen en zorgen voor een ongelijke (concurrentie) situatie waarin niet meer te onderhandelen valt als werknemer. In stand gehouden door… jawel de vakbond die je hierover niet hoort! Dat veel P&O-ers dit namens hun werkgever niet hardop durven te zeggen maar fabels de wereld in helpen over wat er zoal schort aan de kwaliteiten van die werknemer maakt het alleen maar erger voor die groep.

Reageer