Blog4 vragen over Wet normalisering rechtspositie ambtenaren

0

De ingang van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren staat officieel op de wettelijke agenda. Om goed voorbereid te zijn, zoals de voorbereiding op de AVG, brengt senior advocaat arbeids- en ambtenarenrecht Marije Schneider u alvast alles bij.

1. Wat houdt de wet in?

De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) zorgt ervoor dat de positie van de ambtenaar verandert. De arbeidsverhouding van een ambtenaar wordt kort gezegd straks hetzelfde als de arbeidsverhouding van een ‘gewone’ werknemer in het bedrijfsleven. Dat verklaart de naam van de wet: de rechtspositie van de ambtenaar wordt net zo normaal als die van de werknemer. Een ambtenaar krijgt nu nog een aanstelling, maar na de normalisering krijgt hij een arbeidsovereenkomst. En waar nu nog een rechtspositieregeling voor hem geldt, zoals het ARAR of de CAR-UWO, geldt straks een CAO.

De naam ambtenaar verdwijnt echter niet: iedere medewerker van een overheidswerkgever blijft zo heten. Ook de ambtelijke status blijft bestaan. In de nieuwe Ambtenarenwet zoals die na de normalisering geldt, worden alle bepalingen opgenomen die speciaal voor overheidswerknemers gelden. Gezamenlijk vormen die bijzondere bepalingen de ambtelijke status. Het zijn bijvoorbeeld regels over nevenwerkzaamheden, financiële belangen en vertrouwensfuncties. Ook staan er bepalingen in over beperking van de vrijheid van meningsuiting en het afleggen van de eed of belofte.

Net als voor werknemers in het bedrijfsleven gaat met de Wnra voor ambtenaren het private arbeidsrecht gelden, inclusief het ontslagrecht. Dit betekent dat de ambtenaar straks niet langer bezwaar kan maken en beroep kan instellen bij de bestuursrechter, maar dat hij zich wendt tot de (civiele) kantonrechter. De overheidswerkgever moet na de normalisering voor ontslag ook naar de kantonrechter of heeft toestemming nodig van het UWV.

2. Vallen alle ambtenaren onder de wet?

Nee. De Wnra geldt voor het grootste deel van de overheidsorganisaties en de ambtenaren. Maar er zijn uitzonderingen. Ambtenaren van politie, defensie en de rechterlijke macht houden ook ná de normalisering hun ambtelijke aanstelling. Datzelfde geldt voor deurwaarders, notarissen en politieke ambtsdragers, zoals ministers, burgemeesters en wethouders.

Militairen zijn uitgezonderd, omdat zij de bijzondere positie hebben dat zij kunnen worden ingezet gedurende internationale vredesmissies en voor de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk. Om deze reden moet de krijgsmacht de personeelsinzet kunnen garanderen en moeten militairen zonder hun instemming kunnen worden uitgezonden naar gebieden overal ter wereld. Dit leidt ertoe dat de wetgever de positie van militairen zo speciaal vindt, dat zij niet onder het gewone arbeidsrecht kunnen vallen.

Een soortgelijke reden zorgt ervoor dat ook politieambtenaren niet onder de normalisering vallen. De politie heeft als taak het handhaven van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan degenen die dat nodig hebben. Om deze taak goed te kunnen uitoefenen gelden voor politieagenten bijzondere regels, bijvoorbeeld voor het wapengebruik maar ook voor het gedrag van politieagenten in hun vrije tijd. Een politieagent moet ook in zijn vrije tijd optreden wanneer dit redelijkerwijs is vereist. Vanwege onder meer deze bijzonderheden heeft de wetgever er voor gekozen politieagenten uit te zonderen van de normalisering.

De leden van de rechterlijke macht zijn uitgezonderd omdat de wetgever het onwenselijk vindt dat zij in een arbeidsverhouding zouden komen waarin een gezagsverhouding centraal staat. Onafhankelijkheid is immers de kern van hun werkzaamheden. Vergelijkbare argumenten gelden voor het uitzonderen van politieke ambtsdragers, die verantwoording verschuldigd zijn aan gekozen volksvertegenwoordigers.

3. Hoe ziet de rechtspositie van ambtenaren er na de normalisering uit?

De rechtspositie van de genormaliseerde ambtenaar bestaat straks uit drie lagen:

De rechtspositie van de genormaliseerde ambtenaar bestaat straks allereerst uit alle regels die in het Burgerlijk Wetboek staan. Dat zijn bijvoorbeeld bepalingen over vakantie, loon en ontslag. Verder bestaat de rechtspositie uit alle individuele en collectieve afspraken die de ambtenaar met zijn werkgever maakt; die staan in de arbeidsovereenkomst en de toepasselijke cao. Tot slot maakt ook de Ambtenarenwet deel uit van de rechtspositie van de genormaliseerde ambtenaar. Zoals bij vraag 1 toegelicht staan daarin alle bepalingen die samen de ambtelijke status vormen.

4. Wanneer gaat de wet in?

De planning is dat de Wnra op 1 januari 2020 in werking treedt. Dat is ruim drie jaar nadat de wet door de Eerste Kamer is aangenomen. Dat is ogenschijnlijk een lange periode, maar er moet in deze implementatieperiode heel veel gebeuren. Er moeten ongeveer 100 wetten in formele zin worden aangepast en nog veel meer lagere regelgeving. Als voorbeeld: in alle wetgeving moet worden bekeken of de woorden ‘ambtenaar’ en ‘aanstelling’ kunnen blijven staan, geschrapt moeten worden of moeten worden vervangen door een ander woord. Ook moet aparte wetgeving worden opgesteld voor de ambtenaren die juist zijn uitgezonderd van de normalisering.

Verder is het de bedoeling dat overheidswerkgevers alvast cao’s afsluiten die zullen ingaan op het moment dat de Wnra in werking treedt. Ook voor deze onderhandelingen is tijd nodig. Verder moeten overheidswerkgevers hun ICT en administratieve processen aanpassen, hun personeel voorlichten en de juristen en HR-adviseurs (laten) scholen. Genoeg te doen in betrekkelijk korte tijd!

  • Dit artikel komt tot  stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Hier meer informatie.
Lees meer over:

Over Auteur

Marije Schneider

Marije Schneider is senior advocaat arbeids- en ambtenarenrecht bij Pels Rijcken. Zij begeleidt overheidsorganisaties bij de voorbereiding op de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Marije is naast advocaat ook docent bij de Universiteit Leiden.

Reageer