Geen bereidheid om te werken, geen loon

0

Een werknemer die zich na een aanvaring met zijn leidinggevende ziek meldt en daarna niet reageert op oproepen van de werkgever, laat daarmee zien dat hij niet bereid is om te werken. De kantonrechter wijst de vordering tot loondoorbetaling tot aan de ontbindingsdatum af.

De situatie

Een meubelstoffeerder moet tijdens het werk de door de werkgever beschikbaar gestelde beschermende bedrijfskleding dragen. Als er nieuwe kleding is uitgereikt, verschijnt de werknemer  op 7 juli zonder bedrijfskleding op het werk. Zijn leidinggevende stuurt hem naar huis om de kleding alsnog aan te trekken maar de werknemer komt niet meer terug. De directeur vraagt de werknemer diezelfde dag in een telefoongesprek om de zaak met zijn leidinggevende te bespreken.

Later die dag stuurt de werknemer een fax waarin hij zich ziek meldt. De werkgever laat diverse telefonische boodschappen achter, maar daar reageert de werknemer niet op. Op 22 juli stuurt de werkgever een brief waarin onder andere staat dat de ziekmelding niet wordt geaccepteerd. Volgens de werkgever was er op het moment dat de werknemer het pand verliet nog geen sprake van ziekte en in het telefoongesprek met de directeur heeft de werknemer er ook niets over gezegd. De werknemer krijgt een ultimatum: als hij voor 25 juli niet reageert, onderneemt de werkgever stappen om de arbeidsovereenkomst beëindigen. Na nog een brief beëindigt de werkgever de overeenkomst per 1 augustus. Vanaf dat moment stopt de werkgever ook met betalen van het salaris. Door de kantonrechter wordt een ontbinding uitgesproken per 1 november.

De vordering

De werknemer vordert achterstallig loon over de maanden augustus, september en oktober. Hij meent dat hij recht heeft op loon tot het einde van het dienstverband. Er is volgens hem geen sprake van werkweigering.

Het oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer een verklaring van een arts had moeten overleggen, waaruit zou blijken dat hij vanaf 7 juli niet in staat was om te werken. Uit de verklaring van een arts en de behandelend psycholoog blijkt dat laatste niet. De werkgever kon geen onderzoek instellen naar de ziekte omdat de werknemer alleen maar een fax heeft gestuurd en verder niks meer van zich heeft laten horen.

De werknemer heeft geen bereidheid getoond om over het conflict,  de ziekmelding en een mogelijke terugkeer op het werk te praten. Hij heeft zelfs gezegd dat hij niet meer voor de werkgever wilde werken. De kantonrechter concludeert dat de werknemer niet de bereidheid had om te werken en dat hij daarom geen aanspraak kan maken op salaris, vakantiegeld en vakantiedagen over de maanden augustus, september en oktober. De vordering van de werknemer wordt afgewezen.

LJN BK9858
Kantonrechter Haarlem
Eerste aanleg
13 januari 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer