Demotie mag met goede afbouwregeling voor salaris

1

Een werknemer die niet goed functioneert wordt door zijn werkgever teruggezet in zijn oude functie. Het voorstel voor de afbouwregeling van het salaris vindt de werknemer, en ook de rechter, te mager. Wat is een redelijke afbouwregeling?

De situatie

Een vertegenwoordiger bij een bedrijf in montagemateriaal klimt op naar districtsleider. Maar de directeur is niet tevreden over zijn functioneren. In een gesprek in februari 2013 deelt de directeur hem daarom mee dat hij per 1 maart weer vertegenwoordiger wordt. In een brief wordt dat nog eens bevestigd en wordt ook de afbouwregeling voor zijn huidige maandsalaris van € 3.900,- naar het vertegenwoordigerssalaris van € 3.200  beschreven:

– € 3.750,- per maand van 1 maart 2013 tot 1 september 2013
– € 3.200,- per maand van 1 september 2013 tot 1 maart 2014

De werknemer legt zich onder uitdrukkelijk (schriftelijk) protest neer bij het besluit op voorwaarde dat zijn arbeidsvoorwaarden in stand blijven. Er wordt nog een aantal malen over de zaak gesproken en de werkgever doet nog een ander aanbod voor de salarisafbouw:

– € 3.900,- per maand van 1 maart tot 1 september 2013
– € 3.700,- per maand van 1 september 2013 tot 1 maart 2014
– € 3.200,- per maand van 1 maart 2014 tot 1 maart 2015 (het salaris van een vertegenwoordiger)

De werknemer is het hier niet mee eens en spant een kort geding aan. In de arbeidsovereenkomst van de werknemer staat een beding dat inhoudt dat de werkgever op elk moment de inhoud van zijn functie kan wijzigen.

Bij de rechter

De werknemer vordert wedertewerkstelling in zijn functie als districtsleider, tegen zijn oude salaris. De kantonrechter wijst de vordering af. De werkgever had volgens de rechter een zwaarwegend belang voor de demotie en mocht daarom de functie eenzijdig wijzigen. Daarbij speelt mee dat de werkgever een afbouwregeling had opgesteld. De werknemer gaat in hoger beroep.

Het oordeel

Het hof oordeelt dat het beding uit de arbeidsovereenkomst alleen maar gaat over aanpassingen binnen de functie zelf. Zoals een herschikking van taken bijvoorbeeld. Demotie valt daar niet onder. Daarom moet de functiewijziging beoordeeld worden naar de eisen van goed werkgeverschap.

Ontevredenheid eerder geuit

Het hof overweegt dat het duidelijk is dat de werkgever zijn ontevredenheid in februari 2013 niet voor het eerst heeft geuit. Dat de werknemer al eerder is aangesproken op zijn functioneren blijkt uit diverse brieven die de werkgever heeft getoond.
Verder stelt het hof vast dat de werknemer zich duidelijk heeft neergelegd bij de functiewijziging: hij is aan de slag gegaan als vertegenwoordiger. Hij was het alleen niet eens met het salaris en de afbouwregeling.

Werknemer niet voorbereid 

De afbouwregeling vindt het hof in dit geval niet redelijk. De werknemer was financieel niet voorbereid op een dergelijke salaristerugval, onder meer omdat de werkgever geen consequenties had verbonden aan de geuite kritiek op het functioneren. Het hof past daarom de afbouwregeling aan en bouwt een extra tussenstap in:

– € 3.900,- per maand van 1 maart tot 1 september 2013
– € 3.700,- per maand van 1 september 2013 tot 1 maart 201
– € 3.450,- per maand van 1 maart 2014 tot 1 maart 2015
Daarmee komt de werknemer pas vanaf 1 maart 2015 op het salaris van een vertegenwoordiger uit.

De hele uitspraak vind je hier:
ECLI:NL:GHSHE:2014:773. (18 maart 2014)

Lees meer jurisprudentie

Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

Reageer