Werkgever aansprakelijk voor burn-out?

0

Een burn-out is niet langer alleen een probleem van overbelaste werknemers: recent heeft een rechter geoordeeld dat een werkgever aansprakelijk is voor de burn-out van zijn werknemer. Vormt deze uitspraak een doorbraak in de rechtspraktijk omtrent de werkgeversaansprakelijkheid? En moet het HR-beleid worden omgegooid om dit soort claims te voorkomen?

In de media was onlangs veel aandacht voor een vonnis van de kantonrechter te Heerlen. In dit vonnis werd een werkgever veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan een werknemer die door het uitoefenen van zijn werkzaamheden een burn-out had opgelopen. In 2004 oordeelde de kantonrechter te Terneuzen, in een zaak die minder aandacht kreeg, ook al dat een werkgever aansprakelijk was voor de materiële en immateriële schade die zijn werknemer leed als gevolg van een burn-out.

Feiten en omstandigheden van de rechtzaken

De zaak uit Heerlen ging om een servicemonteur in dienst bij een broodfabrikant. De werknemer was zeer lange tijd arbeidsongeschikt vanwege een burn-out met depressieve klachten. Hij meende dat de burn-out een gevolg was van zijn extreem lange werkweken. Tijdens de behandeling van de zaak bleek dat de werknemer inderdaad jarenlang zeer lange werkwerken maakte, die in strijd waren met de Arbeidstijdenwet. Ook werd hij regelmatig midden in de nacht opgeroepen zonder daarvoor compensatie in de vorm van vrije uren te krijgen. De door de kantonrechter benoemde deskundige oordeelde dat de burn-out enkel een gevolg is van overbelasting in de werkomstandigheden en niet mede veroorzaakt is door privé-omstandigheden (zoals een echtscheiding) of persoonlijke aanleg. De andere zaak, uit Terneuzen, betrof een 53-jarige assistent-bedrijfsleider die sinds 1969 werkzaam was bij een mestverwerkings- en opslagbedrijf. De werknemer raakte in 1997 arbeidsongeschikt als gevolg van een burn-out.

In de procedure kwam naar voren dat de werknemer tien jaar lang 50 weken per jaar van 07.00 uur tot 18.00 uur had gewerkt, met slechts drie kwartier pauze. Deze werknemer had dus zeer beperkt vakantie of vrije dagen gehad. Daarnaast werd de werknemer bij stagnaties in het weekend en soms ’s nachts opgeroepen, wat samen leidde tot extreme werkomstandigheden en schending van onder meer de Arbeidstijdenwet.

Zorgplicht van de werkgever

Artikel 7:658 BW verplicht de werkgever om maatregelen te treffen die moeten voorkomen dat de werknemer schade lijdt door de uitoefening van zijn werkzaamheden. Deze zorgplicht heeft betrekking op de inrichting en het onderhoud van lokalen, werktuigen en gereedschappen die medewerkers gebruiken. Onder de zorgplicht vallen ook de verplichtingen die de werkgever heeft krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, Arbeidstijdenwet en andere publiekrechtelijke regelingen ter zake van arbeidsomstandigheden. De Hoge Raad heeft in 2005 expliciet bepaald dat de bescherming van artikel 7:658 BW zich ook uitstrekt tot het voorkomen van psychische schade.

Bewijslast werknemer

De vraag of de zorgplicht is geschonden, wordt overigens pas relevant indien is komen vast te staan dat de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van de werkzaamheden. Bij psychische schade moet bovendien sprake zijn van een psychiatrisch erkend ziektebeeld, waarbij de werknemer moet bewijzen dat dit veroorzaakt is door overbelasting in de werkzaamheden. Dit is moeilijk. De werknemer uit Heerlen is daarin echter geslaagd met behulp van het oordeel van een medisch deskundige. Als de zorgplicht is geschonden, is de werkgever in beginsel aansprakelijk voor de schade die de werknemer lijdt als gevolg daarvan. Die aansprakelijkheid hoeft niet te gelden als die schade ook zonder schending van de zorgplicht zou zijn opgetreden. In de genoemde zaken oordeelden deskundigen echter dat de werknemers hun burn-out enkel hadden opgelopen als gevolg van de werkzaamheden bij de werkgever. Daarmee werden deze werkgevers ook aansprakelijk gehouden voor die schade.

Doorbraak?

De berichten in de media wekten de indruk dat met de uitspraak uit Heerlen de deuren zijn geopend om werkgevers aansprakelijk te stellen voor burn-out of soortgelijke psychische klachten. Nadere bestudering van de uitspraak levert een genuanceerder beeld op. Het betrof hier immers, net als in de zaak uit Terneuzen, toch wel een uitzonderlijk geval. De werknemer maakte jarenlang extreem lange werkweken met regelmatige oproepen midden in de nacht. De Arbeidstijdenwet werd langdurig en stelselmatig overtreden. Deze uitspraak is dus geen echte doorbraak. De werkgever hoeft daarom niet direct extra maatregelen te treffen om dergelijke aansprakelijkheden te voorkomen.

HR-beleid en voorkomen aansprakelijkheid

Toch geven de genoemde uitspraken aanleiding de zorgplicht van de werkgever op het gebied van het voorkomen van psychische schade nog eens in herinnering te roepen. Uit de recente aanspraken blijkt dat medisch deskundigen kunnen oordelen dat de psychische schade is veroorzaakt door het werk, ook als er tegelijkertijd belastende omstandigheden in de privésfeer zijn geweest zoals een echtscheiding.

De werkgever doet er daarom goed aan een (actief) beleid te ontwikkelen om overbelasting te voorkomen. Vaak zal hierbij een grote rol zijn weggelegd voor de P&O’er. Hij kan hierbij denken aan maatregelen om (structureel) overwerk tegen te gaan, compensatie van vrije dagen of uren bij overwerk, een redelijke werktijdenregeling en het stimuleren om (wettelijke) vakantiedagen op te nemen. Ook moet de P&O’er alert zijn op signalen van werknemers dat er sprake is van overbelasting. Als een organisatie een dergelijk beleid voert, vormt dat een belangrijke drempel voor aanspraken van werknemers voor psychische schade wegens overbelasting.

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.