Vuurtje stoken tijdens werk geen opzet

0

Twee jonge werknemers stoken een vuurtje tijdens hun pauze. Een hoogwerker
loopt hierdoor ernstige brandschade op. De werkgever stelt de jongens hiervoor
aansprakelijk.

Twee werknemers van respectievelijk 15 en 14 jaar oud, hebben op 11 december 2004 werkzaamheden verricht voor Laanbomen. Tijdens een pauze hebben werknemers samen een vuurtje gestookt. Een hoogwerker heeft als gevolg daarvan ernstige brandschade opgelopen. Een expertisebureau heeft deze schade begroot op € 4.278,10.

Aansprakelijk

Werkgever heeft bij brief van 27 juli 2005 werknemers aansprakelijk gesteld voor de door hem ten gevolge van de brand geleden schade. Werknemers hebben de aansprakelijkheid van de hand gewezen. Werkgever had werknemers gedagvaard voor de kantonrechter en een schadevergoeding van € 5.000,- gevorderd.

De kantonrechter heeft de vordering van werkgever afgewezen.

Werkgever gaat tegen dit vonnis in hoger beroep. In het geding is of de werknemers gehouden zijn de schade te vergoeden.

Wel of geen arbeidsovereenkomst

Werkgever stelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemers. Volgens de werkgever verrichten de werknemers af en toe op vrijwillige basis werkzaamheden voor werkgever. Zij krijgen daarvoor betaald. Indien zij op het werk verschenen, kregen zij wel een opdracht om iets uit te voeren, maar er was geen verplichting om te werken en de arbeid persoonlijk te verrichten. Wegens het ontbreken van een gezagsverhouding zou er geen arbeidsovereenkomst zijn.

Werknemers stellen dat wel sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat de schade valt onder de werkgeversaansprakelijkheid.

Het Hof oordeelt dat, gelet op de frequentie van de werkzaamheden, de werkzaamheden geen incidenteel karakter hadden. De vrijheid die werknemers hadden om op het werk te verschijnen brengt niet met zich mee dat een gezagsverhouding ontbreekt. Hieruit volgt tevens dat wel een verplichting is tot persoonlijke arbeidsverrichting. Het Hof is van mening dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Roekeloos handelen

Verder overweegt het Hof dat voor bewust roekeloos handelen een vereiste is dat werknemers zich ervan bewust moesten zijn dat door hun handeling de kans op schade aan de hoogwerker aanzienlijk groter was dan de kans dat geen schade zou optreden en dat zij zich daardoor niet hebben laten weerhouden. Volgens het Hof is er niet aan dit criterium voldaan.

Voorts acht het Hof, mede gelet op de lage buitentemperatuur, het niet onaannemelijk dat werknemers het vuurtje hebben gestookt met het doel zich te warmen. Toen het vuur zich uitbreidde, hebben zij direct actie ondernomen om het vuur met behulp van water en zand te blussen.

Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld dan wel gebleken op grond waarvan kan worden geoordeeld dat werknemers zich bewust waren van het gevaar dat de hoogwerker brandschade zou oplopen. Hieruit volgt dat niet kan worden gesproken van opzet aan de zijde van werknemers.

Het Hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Bron: LJN BG2158
Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch
Datum: 23-09-2008

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.