Hoe bereid je je voor op de nieuwe Arbowet

0

Over de nieuwe Arbowet die per 1 juli 2017 ingaat, zijn nog veel vragen en onduidelijkheden. Temeer omdat nog niet alles is uitgekristalliseerd. Wat zijn de grootste veranderingen, wat is nog onder voorbehoud en waar moeten HR-afdelingen prioriteit aan geven?

Wat gaat er veranderen in de arbeidsomstandighedenwet?

1 Meer nadruk op de adviserende rol van de bedrijfsarts
2 Een grotere rol voor de ondernemingsraad
3 Meer aandacht voor beroepsziekten
4 Meer oog voor preventie en een grotere rol voor de preventiemedewerker
5 De inspectie krijgt meer mogelijkheden voor het handhaven van de regelgeving.

Wat is nog onder voorbehoud?

De bedrijfsarts krijgt de verplichting een second opinion aan te bieden als de werknemer daarom vraagt, tenzij zwaarwegende argumenten zich hiertegen verzetten. De praktische invulling van deze maatregel is nog niet bekend. Bij werkgevers zijn daar veel vragen over, zegt Wilco de Bree, bedrijfsarts bij Arbo Unie. “Heeft de second opinion-arts voldoende kennis van de organisatie? En komt er dan een standaardtarief of moet je als werkgever elk tarief accepteren? Ook is er nog discussie over de vraag wie gaat bepalen welke bedrijfsarts de second opinion uitvoert. In de adviesronde hebben wij hier als beroepsgroep ook vragen over gesteld. We hopen dat hier snel duidelijkheid over komt.’

Wat moeten HR-professionals prioriteit geven?

Op nummer 1 staat volgens Mario van Mierlo, secretaris van VNO-NCW en MKB-Nederland, dat de HR-afdeling de medewerkers, ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging betrekt bij de arbodienstverlening. ‘Werknemers moeten nu al worden betrokken bij de risico-inventarisatie en het Plan van Aanpak. Nadrukkelijker moet hier straks ook de preventiemedewerker in een rol in spelen.’ De preventiemedewerker is de persoon bij wie medewerkers met hun vragen terechtkunnen. Belangrijk vindt Van Mierlo ook dat de bedrijfsarts qua persoon en kennis past bij de bedrijven die hem contracteert. ‘Nodig hem uit om kennis te maken.’

Hoe kan de preventiewerker een sterkere positie krijgen?

Giel Beijer, arbeidshygiënist bij Arbo Unie en trainer van preventiemedewerkers, geeft als tip: “Leg taken en verantwoordelijkheden, bevoegdheden, middelen en tijd van de preventiemedewerkers formeel vast in hun taak- en functieomschrijving. Op die manier onderstreep je dat je hun rol belangrijk vindt. Waarborg dan ook dat ze tijd kunnen vrijmaken om bijvoorbeeld de Risico-Inventarisatie & -Evaluatie (RI&E) bij te werken en te ondersteunen bij de uitvoering van het plan van aanpak. Daarnaast is het belangrijk dat de preventiemedewerker zichtbaar is, dat iedereen hem weet te vinden en ook weet waarvoor je bij de preventiemedewerker kunt aankloppen. Ook daar kun je als werkgever aan bijdragen.”

Hoeveel tijd krijgen organisaties voor aanpassingen?

Iedere organisatie heeft na de invoering van de nieuwe Arbowet één jaar de tijd, tot 1 juli 2018, om het contract met de arbodienstverlener hierop aan te passen, schrijft trainer/adviseur Koen Langenhuysen op XpertHR. Inspectie SZW kan daarna een boete opleggen als het contract niet voldoet aan de wettelijke eisen. ’Bij de onderhandelingen over een nieuw contract zal het moeilijkst zijn vast te stellen hoeveel extra uren de arbodienstverlener voor de nieuwe taken nodig heeft. Het aanbieden van een preventief spreekuur bijvoorbeeld, of het bezoeken van werkplekken, overleg met de OR of preventiemedewerker en het melden van een beroepsziekte kost de arbodienstverlener veel tijd.’

Lees ook: Vijf aanpassingen in de vernieuwde arbowet

 Welke vragen heb jij over de nieuwe Arbowet?

  • Welke vragen heb jij over de wijzigingen in de Arbowet? Laat het weten, dan kijken we of de redactie van XpertHR Actueel de antwoorden voor je kan opzoeken. Laat hier je vraag achter >>>
Lees meer over:

Over Auteur

Jolan Douwes

Jolan Douwes is auteur van XpertHR. Behalve journalist is zij ook loopbaanadviseur. Zo pikt ze de laatste ontwikkelingen op het gebied van werk snel op. Voor XpertHR Actueel schrijft ze onder andere interviews en praktijkverhalen.

Reageer