Schade door uitzendkracht: wie is aansprakelijk?

0

Uitzendkrachten veroorzaken schade bij een opdrachtgever waarvoor de
inlener aansprakelijk is gesteld. Inlener stelt vervolgens het uitzendbureau
aansprakelijk wegen het niet leveren van kundige uitzendkrachten.

Blokhuis heeft een eenmanszaak die gespecialiseerd is in het uitvoeren van gietvloeren. Blokhuis huurt waar nodig personeel in bij Marnic uitzendbureau. In 2003 heeft Marnic Blokhuis werknemers uitgeleend en facturen gestuurd van € 18.403,84.

In verband met het onbetaald blijven van de facturen heeft Marnic de contractuele verhoging en wettelijke rente in rekening gebracht. Blokhuis heeft daarop een betalingsregeling voorgesteld, welke hij niet volledig is nagekomen. De uitzendkrachten hebben schade toegebracht aan de opdrachtgever waarvoor Blokhuis aansprakelijk is gesteld. Blokhuis weigert daarop de rest van de betalingsregeling te voldoen.

Blokhuis betwist dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn en stelt dat Marnic is tekort geschoten in de nakoming van de uitzendovereenkomst, omdat hij geen kundige uitzendkrachten ter beschikking heeft gesteld. Daarnaast stelt hij dat Marnic aansprakelijk is op grond van artikel 6:170 BW voor de door de uitzendkrachten veroorzaakte schade ter waarde van € 75.161,23.

Uitspraak

Het hof verwerpt het standpunt van Blokhuis dat Marnic op grond van de uitzendovereenkomst verplicht was ervoor te zorgen dat de uitzendkrachten hun werkzaamheden op deugdelijke en vakbekwame wijze zouden uitvoeren.

Daarnaast acht het hof bewezen dat Marnic geen zeggenschap heeft gehad over de uitvoering van de werkzaamheden op het door Blokhuis aangenomen werk.

Het hof oordeelt dat er geen sprake is van aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 6:170 BW, omdat er geen sprake is van een ‘fout’ – dus een onrechtmatige daad – van de werknemers. Aangezien Blokhuis geldt als inlener en niet als derde in de zin van artikel 6:170 BW, is het voor hem niet mogelijk een beroep te doen op dit artikel.

Het hof gaat er verder van uit dat de algemene voorwaarden niet tijdig door Marnic aan Blokhuis ter hand zijn gesteld, waardoor het beroep op de vernietiging van de algemene voorwaarden slaagt en de contactuele verhoging niet toewijsbaar is.

Bron: JAR 2008/164

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer