Kennelijk onredelijk ontslagen na slechte re-integratie

0

Werkgever zegt arbeidsovereenkomst op na mislukte re-integratie. Werknemer
zegt dat er sprake is van kennelijk onredelijk ontslag en eist een hoge
vergoeding.

Werknemer is van 1975 tot 2006 werkzaam geweest bij Bakker Transport Vianen als vrachtwagenchauffeur. Hij heeft met name betonnen heipalen naar bouwplaatsen vervoerd en ze daar gelost. Het laatstverdiende loon bedroeg € 1.756,80 per vier weken, exclusief vakantiegeld en structurele overwerkvergoeding.

Vanaf 1998 ontwikkelde werknemer rugklachten, doordat de hem toen door werkgever ter beschikking gestelde nieuwe vrachtwagen trilde. Op 17 juni 2004 is werknemer een arbeidsongeval overkomen, waardoor hij een pees in zijn schouder scheurde en enige tijd arbeidsongeschikt was. Werkgever heeft een re-integratiebureau ingeschakeld en geprobeerd het trillingsprobleem van de vrachtwagen op te lossen.

Vanaf medio februari 2005 heeft werknemer zijn werkzaamheden weer gedeeltelijk hervat en in mei 2005 werden zijn werkzaamheden uitgebreid. Werknemer houdt er zijn eigen manier van re-integreren op na, welke door UWV wordt goedgekeurd.

Op 8 juli 2005 valt werknemer uit met psychische klachten. Werknemer hervat zijn werkzaamheden van 31 oktober 2005 tot 21 december 2005, waarna hij definitief uitvalt.

Werkgever zegt de arbeidsovereenkomst van werknemer op per 31 juli 2006 met toestemming van CWI en betaalt een schadevergoeding wegens de onregelmatigheid van het ontslag. Bij brief heeft werknemer de verjaring van de vordering uit kennelijk onredelijk ontslag gestuit. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat de opzegging kennelijk onredelijk is en vordert een schadevergoeding van € 125.224,71. Werkgever stelt dat de vordering verjaard is en bestrijdt dat sprake is van een kennelijk onredelijke opzegging.

Uitspraak

De kantonrechter oordeelt dat de vordering tijdig is ingesteld. Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat werkgever het trillingsprobleem niet adequaat heeft aangepakt en dat werkgever te snel van werknemer verwachtte dat hij weer kon overwerken. Werknemer heeft voldoende meegewerkt aan zijn re-integratie, aangezien zijn aanpak van zijn ziekte werd gesteund door de bedrijfsarts en UWV.

De kantonrechter oordeelt dat door de leeftijd van werknemer, zijn eenzijdige werkervaring en de door zijn gezondheidsproblemen verslechterde positie op de arbeidsmarkt, werknemer recht heeft op een vergoeding. De kantonrechter acht een correctiefactor C=1 redelijk en stelt de vergoeding op € 77.299,20 en kent de wettelijke rente vanaf de datum van het ontslag toe.

Bron: JAR 2008/159

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer