Identiteit van de werknemer: hoe ver reikt de onderzoeksplicht van de werkgever?

0

De werkgever heeft in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen een
onderzoeksplicht naar de identiteit van zijn werknemers. Bij beslissing van 8
december 2006 heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de
vraag hoever deze onderzoeksplicht van de werkgever reikt ten dele
beantwoord.

De werkgever is wettelijk verplicht om de identiteit van zijn werknemers te controleren. Dit voorschrift strekt ertoe om te voorkomen dat illegale werknemers in dienst worden genomen. De werkgever moet de identiteit van een werknemer vaststellen aan de hand van een identiteitsbewijs als bedoeld in de Wet op de identificatieplicht. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan een paspoort of een identiteitskaart.

De identiteit van de werknemer kan worden gecontroleerd door diens uiterlijk met de pasfoto van zijn identiteitsbewijs en de hierop vermelde kenmerken (zoals lengte en leeftijd) te vergelijken. Bovendien kan de werkgever controleren of er verschillen zijn tussen de handtekeningen onder de arbeidsovereenkomst respectievelijk op het identiteitsbewijs.

Tijdens een controle van inspecteurs van de Arbeidsinspectie bij een werkgever hadden de dienstdoende ambtenaren vastgesteld dat het uiterlijk van de werknemer niet overeenkwam met de pasfoto van het door hem gebruikte paspoort. Saillant detail is dat tijdens een eerdere controle van de Arbeidsinspectie niet was opgemerkt dat de werknemer gebruik maakte van een identiteitsbewijs, dat hem niet toebehoorde. Tijdens de laatste controle van de Arbeidsinspectie was tevens vastgesteld dat de handtekening in het paspoort afweek van de handtekening onder de arbeidsovereenkomst.

De werkgever werd door de staatssecretaris verweten dat hij de identiteit van de werknemer onvoldoende had gecontroleerd. De werkgever had de handtekening die de werknemer onder zijn arbeidsovereenkomst had geplaatst nauwgezetter moeten vergelijken met de handtekening in het paspoort. Bovendien had de werkgever onvoldoende gecontroleerd of het uiterlijk van de werknemer overeenkwam met het uiterlijk op de pasfoto. Voor de schending van zijn onderzoeksplicht werd de werkgever een bestuurlijke boete van maar liefst € 8000,– opgelegd.

De werkgever kwam in een bezwaarschriftprocedure tegen deze sanctie op en werd door de staatssecretaris in het gelijk gesteld. De staatssecretaris stelde vast, dat de werknemer illegaal was. Hoewel de staatssecretaris oordeelde dat de handtekening op het paspoort zichtbaar afweek van de handtekening onder de arbeidsovereenkomst, meende hij dat deze enkele discrepantie onvoldoende was om de werkgever een boete te kunnen opleggen.

Bij zijn oordeel kende de staatssecretaris gewicht toe aan het feit dat de Koninklijke Marechaussee een kopie van het paspoort van de werknemer reeds op verzoek van de werkgever op echtheid had gecontroleerd, alsook dat het verschil in uiterlijk van de werknemer bij een eerdere controle door de Arbeidsinspectie niet was opgemerkt.

Hoewel uit het bovenstaande volgt dat een werkgever geen handtekeningenexpert hoeft te zijn, laat dit onverlet dat hij de identiteit van zijn werknemers nauwgezet dient te controleren.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer