Hoge ontbindingsvergoeding voor halsstarrige werkgever

0

De zaak van vorige week over het ontslag van twee zorgmedewerkers vanwege letsel bij een patiënt had nog een staartje, en eigenlijk geen winnaars. Een tweede ontbindingsverzoek werd wel gehonoreerd. Maar de stichting moest flink de portemonnee trekken voor een ontbindingsvergoeding en de werknemer kreeg weliswaar een fors bedrag, maar was ook zijn geliefde baan kwijt.

De situatie
In deze zaak vraagt een zorginstelling voor een van de twee werknemers die betrokken was bij het incident waarbij een bewoner een schaafwond opliep, voor de tweede keer om ontbinding bij de rechter.

De eerste keer werd het verzoek afgewezen en kreeg de werkgever ‘de opdracht’ om een mediationtraject in te zetten om het vertrouwen te herstellen.

De werkgever heeft dat traject ingezet, en er zijn in het eerste kwartaal van 2014 drie gesprekken gevoerd met de werknemer, die sinds het incident arbeidsongeschikt was. In april 2014 was hij in staat om te re-integreren. Toch dient de werkgever in mei opnieuw een verzoek tot ontbinding in.

De vordering: ontbinding met C=1
De werkgever geeft aan dat de mediation niet het gewenste effect heeft gehad terwijl dat wel een voorwaarde is voor terugkeer naar het werk. Omdat de werknemer zich wel heeft ingespannen voor de mediation wil de werkgever wel een vergoeding betalen gebaseerd op C=1.

Het tegenverzoek: ontbinding met C=5
De werknemer doet een tegenverzoek in deze zaak. Als de werkgever na een toewijzing met een hoger bedrag alsnog het verzoek weer zou intrekken, zouden ze opnieuw naar de rechter moeten. En dat wil voorkomen omdat hij de situatie echt niet langer aankan. Hij vraagt om een vergoeding gebaseerd op C=5, een bedrag van afgerond 145.000 euro.

Bij de rechter
De rechter ontbindt de arbeidsovereenkomst omdat geen van beide partijen zich daar nog tegen verzetten. Om de hoogte van de vergoeding te bepalen, bekijkt de rechter aan wie de vertrouwensbreuk is te wijten.

Reactie van de werkgever op het incident
De rechter concludeert dat de reactie van de werkgever op het incident ‘onevenwichtig’ was. De medewerkers zijn meteen in het beklaagdenbankje gezet, meteen op non-actief gezet, de inzet van bedrijfsrecherchebureau Hoffmann was disproportioneel en onnodig diffamerend en de werkgever heeft niet willen luisteren naar de redelijke uitleg van de medewerkers maar heeft meteen ingezet op de zwaarste sanctie: ontslag.

Mediation is geen examen
De werkgever ziet de mediation als een examen waarvoor de medewerker eerst moest slagen voordat een geslaagde terugkeer mogelijk was. Maar zo stond dat niet in de beschikking, stelt de rechter. De strekking van die beschikking was duidelijk: de werkgever heeft het incident verkeerd beoordeeld.

Rekening houden met kwetsbare medewerker
De werknemer na het incident is psychisch ontredderd geraakt en opgenomen geweest in een verslavingskliniek. De werkgever wist van deze kwetsbaarheid en had daar in haar reactie en handelen rekening mee moeten houden, oordeelt de rechter. De werkgever heeft door het halsstarrig vasthouden aan het eigen gelijk de terugkeer op het werk geblokkeerd.

Prettige en vertrouwde werkomgeving kwijt
De rechter laat het zwaar meewegen dat door het handelswijze van de werkgever de werknemer afscheid moet nemen van zijn werk, de microsfeer waarin hij al twaalf jaar tot zijn genoegen en naar tevredenheid functioneerde.

De rechter kent een vergoeding toe, gebaseerd op C=5, dat komt na een iets andere interpretatie van de overwerkvergoedingen neer op 141.700,40 euro.

Gegevens rechtszaak:

ECLI:NL:RBGEL:2014:6000Datum uitspraak: 3 juli 2014

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.