BHV-bepalingen in de Arbowet

4

Veel bepalingen over de bedrijfshulpverlening (BHV) zijn verdwenen uit Arbowet en Arbobesluit. Algemene doelen zijn in de nieuwe regelgeving nog wel omschreven, maar de details moet de werkgever zelf invullen. Wat betekent het schrappen van regels in de praktijk voor de organisatie van de bedrijfshulpverlening? Waar moeten werkgever en P&O’er op letten? Uitgangspunt voor BHV is en blijft de risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE).

Het is een arbo-onderwerp, maar P&O’ers hebben weldegelijk te maken met de BHV’er. Zo moeten er opleidingen ingekocht worden voor de beoogde BHV’ers en ze moeten vrijgeroosterd worden om hun kennis up to date te houden. Daarnaast moet uit de bestaande werknemers een of meerdere BHV’ers gekozen worden. Deze medewerkers moeten bij een calamiteit zo snel mogelijk, binnen 3 à 4 minuten, ter plaatse kunnen zijn en bovendien het hoofd koel kunnen houden in noodsituaties. Een verantwoordelijke taak dus.

De P&O’er weet beter dan wie ook in het bedrijf wie van de medewerkers het meest geschikt is voor zo’n functie. De werkgever blijft wel altijd eindverantwoordelijk voor de BHV en kan aansprakelijk gesteld worden bij incidenten met een onnodig slechte afloop. De Arbeidsinspectie ten slotte houdt toezicht op arbeidsomstandigheden en kan een boete opleggen als de BHV niet in orde is.

Taken van de BHV’er

De BHV’er heeft drie belangrijke taken:

  • verlenen van EHBO;
  • beperken en bestrijden van een beginnende brand;
  • alarmeren en evacueren van iedereen in het gebouw in noodsituaties.

De BHV’er heeft bij een incident de operationele leiding om alle noodzakelijke beslissingen te nemen. Hij draagt deze over op het moment dat de professionele hulpverlening arriveert.

Het hoofd van de BHV-afdeling heeft de volgende ondersteunende taken:

  • organisatie van de BHV;
  • administratiebeheer van de BHV-organisatie;
  • interne voorlichting over de BHV-organisatie;
  • opleiden, oefenen en motiveren van de BHV’ers.

Taken van werkgever

De werkgever is en blijft eindverantwoordelijk voor de BHV-organisatie. Ook in het geval als de veiligheid en gezondheid van werknemers van een ander bedrijf in de nabije omgeving in gevaar komt. Hij moet er dan voor zorgen dat de BHV’ers van de bedrijven elkaar helpen.

De werkgever is verder verantwoordelijk voor:

  • het opstellen van een goede risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE);
  • brandwerende voorzieningen, nooduitgangen, vluchtroutes en blusmiddelen;
  • aanbrengen van veiligheidsvoorzieningen in het bedrijf;
  • voldoende verbandmiddelen en overige hulpmiddelen;
  • voldoende tijd en geld voor oefening en opleiding;
  • verzekeringen die risico’s van BHV’ers dekken;
  • opstellen van een directiebesluit waarin taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de BHV’ers zijn vastgelegd.

De werkgever is wettelijk verplicht de ondernemingsraad instemming te vragen over:

  • de beloning van BHV’ers;
  • de verzekering van BHV’ers tegen de gevolgen van ongelukken tijdens oefeningen of calamiteiten, en de verzekering tegen letselschadeclaims van slachtoffers;
  • de risico’s voor BHV’ers.

Het aantal BHV’ers

De Arbowet stelt geen eisen meer aan het aantal BHV’ers. Ze moeten alleen zodanig in aantal zijn dat ze hun taken naar behoren kunnen vervullen. De grootte van het bedrijf en de specifieke risico’s bepalen het benodigde aantal BHV’ers. Deze verschillen per bedrijf. Ook hier krijgt de werkgever dus alle vrijheid om de bedrijfshulpverlening op maat van de organisatie te snijden. De RIE vormt de basis voor het benodigde aantal.

Daarnaast moet de werkgever rekening houden met vakanties, wisselende diensten, openingstijden, parttimers en dergelijke, zodat er altijd voldoende bedrijfshulpverleners aanwezig zijn. Vooral in kleine bedrijven zal de werkgever zelf ook als bedrijfshulpverlener optreden.

Informatierecht

In de Arbowet is opgenomen dat bedrijfshulpverleners informatierechten hebben. De werkgever moet ervoor zorgen dat zij kennis kunnen nemen van de ongevalrapportages en de lijst met arbeidsongevallen. Daarnaast moeten ze toegang hebben tot informatie van de Arbeidsinspectie zoals bedrijfsrapporten en boetebeschikkingen. Naast BHV’ers geldt het informatierecht ook voor andere ‘deskundige werknemers en personen’ en voor de arbodienst.

Meer informatie

Algemene informatie over bedrijfshulpverlening is te vinden op de websites van:
> Nederlandse Vereniging Bedrijfshulpverlening
> Stichting Bedrijfshulpverlening Nederland.
> Het Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening heeft een brochure uitgegeven over de gevolgen van de Arbowet op de BHV-organisatie.

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

4 reacties

  1. winkelcentrum brusselse poort op

    wat is de geldigheidsduur van een bhv diploma volgens arbowetgeving, mag dit voor herhaling 2 jaar zijn

  2. marinus woerdeman op

    De wet zegt dat een BHVer zijn taak naar behoren moet kunnen uitvoeren. Als er om de twee jaar wordt getraind is dat meestal niet voldoende. Wij ( BHV-Mobile.nl) adviseren om de 15-16 maanden te herhalen voor de BHV en voor de AED training minstens 1 keer per jaar.

  3. Arbo-artikel 15 is volgens mij per 1-1-2010 gewijzigd. De jaarlijkse herhalingscursussen zijn niet meer verplicht gesteld. Als de werkgever maar zorgt dat de BHV-ers hun taak goed kunnen uitvoeren.

  4. bhvsite de bedrijfshulpverkener op

    De wet zegt je moet naar behoren getraind zijn.
    Hoe vaak je traint is een werkgevers aan gelegenheid
    1 x p/j een herhaling is dan voldoende om geoefeend te zijn en te blijven.
    Dit wil je zelf toch ook, als hulpverlener.