Wijziging standplaats

0

Van een marketingmanager mag verwacht worden dat ze verhuist of andere maatregelen treft als haar standplaats verandert, vindt de rechter samen met de werkgever.

De privésituatie met onder meer een gezin met drie jonge kinderen en een reistijd van meer dan twee uur enkele reis is volgens de rechter niet zo uitzonderlijk dat ze de overplaatsing niet hoeft te accepteren. 

De situatie

Een marketingmanager werkt sinds 2000 in Rotterdam. In 2011 wordt na een reorganisatie haar standplaats Amsterdam. Dit levert haar een reistijd op van meer dan twee uur enkele reis. De werkneemster vraagt de werkgever om haar functie als niet passend aan te merken. Ze doet nog een voorstel om twee dagen thuis of op het kantoor in Rotterdam te werken en twee dagen in Amsterdam. Als de werkgever dat verzoek afwijst, stapt ze naar de geschillencommissie maar ook daar vangt ze bot.

De vordering

De werkneemster dient zelf een verzoek tot ontbinding in. Ze vraagt daarbij een vergoeding van ruim € 70.000. Ze doet een beroep op twee regelingen uit de cao. Ze vindt het ook raar dat nu ‘Het Nieuwe Werken’ binnen de organisatie zo wordt gepromoot, ze niet thuis mag werken.

Het verweer

De werkgever geeft aan dat van medewerkers op het niveau van de werkneemster landelijke mobiliteit wordt verwacht. Omdat medewerkers daardoor soms na een overplaatsing moeten verhuizen, is er een verhuiskostenregeling. Thuiswerken is geen optie volgens de werkgever, omdat daarbij ten eerste flexibiliteit wordt verwacht, dat wil zeggen dat er geen vaste thuisdagen kunnen worden afgesproken. Daarnaast bevindt het bedrijf zich nu in een opbouwfase na de reorganisatie en is het extra belangrijk dat medewerkers op hun werkplek werken.

Het oordeel

Het beroep op de cao-regelingen wijst de rechter af. Omdat de werkneemster geen nieuwe functie heeft gekregen maar alleen een andere standplaats, kan ze geen beroep doen op de definitie van een passende functie uit de cao. Ook de regeling voor de reisafstand is niet op haar van toepassing omdat ze in een hogere salarisschaal zit dan de schalen die daarin genoemd worden.
De rechter is het met de werkgever eens dat de werkneemster blijkbaar niet bereid is om concessies te doen, bijvoorbeeld door te verhuizen naar een plaats die ook voor haar partner acceptabel is, om minder te gaan werken of een andere vorm van opvang voor haar kinderen te regelen.
De gezinssituatie is niet zo uitzonderlijk dat de werkgever voorzieningen had moeten treffen zodat de werkneemster thuis of in Rotterdam kon werken. Het is voldoende duidelijk geworden dat het in de komende periode belangrijk is dat er op de werkplek in teamverband wordt gewerkt.

Dwangarbeid?

Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wijst de rechter wel toe. In het algemeen geldt dat van een werknemer niet kan worden gevergd dat hij tegen zijn zin gebonden blijft aan een arbeidsovereenkomst. Dat zou neerkomen op dwangarbeid.
De werkneemster krijgt geen vergoeding, omdat de reden voor de ontbinding in haar risicosfeer ligt. Ze wordt nog wel in de gelegenheid gesteld om haar verzoek in te trekken.

LJN BT2792
Kantonrechter Amsterdam
Wijziging standplaats
Eerste aanleg
11 augustus 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.