Wet aanpassing arbeidsduur (WAA)

4

De Wet aanpassing arbeidsduur biedt werknemers de mogelijkheid om meer of minder uren te gaan werken.

Iedere werknemer kan meer of minder uren gaan werken. Voor werknemers bij bedrijven met minstens tien werknemers is dit geregeld in de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA). Bedrijven met minder dan tien werknemers hebben een eigen regeling. De WAA geldt ook voor ambtenaren.

Voorwaarden

De voorwaarden voor het aanpassen van de arbeidsduur zijn:

  • De werknemer moet minimaal een jaar in dienst zijn op het moment dat de aanpassing van de arbeidsduur ingaat.
  • Het moet gaan om een aanpassing van de uren in de eigen functie.
  • Als de werknemer tijdens ziekte een verzoek indient om meer uren te gaan werken, dan gaat de aanpassing van de arbeidsduur pas in als hij weer hersteld is.

De werknemer moet minimaal vier maanden vóór de gewenste ingangsdatum schriftelijk een verzoek voor aanpassing van de arbeidsduur indienen bij u. De werknemer hoeft geen reden op te geven voor het verzoek.

In de aanvraag moeten de volgende zaken staan:

  • De ingangsdatum.
  • Het gewenste aantal uren dat de werknemer wil gaan werken.
  • De verdeling van de uren over de week.

Verdeling nieuwe werktijden

De werkgever moet in principe uitgaan van de werktijden die de werknemer voorstelt. Maar de volgende regels gelden:

  • De werknemer mag niet méér gaan werken dan wettelijk is toegestaan in de Arbeidstijdenwet.
  • De werknemer mag de geldende maximale arbeidstijd binnen de sector niet overschrijden.

Als de werkgever niet akkoord is met de verdeling van de werktijden, dan moet hij schriftelijk aangeven waarom het niet mogelijk is en een nieuw voorstel doen.

Als de werkgever akkoord is met het verzoek, dan moet de arbeidsovereenkomst van de werknemer worden aangepast.

Afwijzen

De werkgever kan een verzoek voor meer of minder werken alleen afwijzen als er sprake is van een ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelang’. Dit betekent dat het bedrijf in ernstige problemen zou komen als de werknemer meer of minder zou gaan werken.

De werknemer wil minder gaan werken, maar:

  • Er is niemand om het werk over te nemen.
  • Er ontstaan problemen in het rooster.
  • Er ontstaan problemen op het gebied van de veiligheid.

Of de werknemer wil meer gaan werken, maar:

  • Er is niet voldoende werk.
  • Er is geen geld om die extra uren te.
  • Het vastgestelde maximum aan personeel of de personeelsbegroting biedt geen ruimte.

Bij afwijzing van het verzoek moet de werkgever de reden uiterlijk een maand voor de gewenste ingangsdatum schriftelijk laten weten. Doet de werkgever dit niet, dan mag de werknemer alsnog de arbeidsduur aanpassen.

Elke werknemer mag één keer in de twee jaar een verzoek voor meer of minder werken indienen.

In een cao kunnen geen afspraken staan over het recht om minder te gaan werken. Over het recht om meer te gaan werken, kunnen in een cao wel nadere afspraken staan. Deze gaan boven de wet. Ook kan de werkgever hierover afspraken maken met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

4 reacties

  1. Bart Kemps op

    Mijn leaseovereenkomst gaat expliciet in op het geval dat ik minder werk: als ik minder 24 uur of minder per week werk verlies ik het recht op mijn leaseauto en moet ik de afkoopsom aan de leasemaatschappij betalen. Er staat echter niks over het aanpassen van het leasebedrag.

    Mag mijn werkgever als ik 10% minder ga werken opeens 10% extra bijdrage voor de auto rekenen? Hij wil mij zelfs 10% van de brandstofkosten in rekening brengen, die ik nota bene voor hem maak.

    Wel een mooie manier om mij te ontmoedigen.

  2. Ik heb een uitbreiding van mijn werktijd aangevraagd van 36 naar 38 uur en daar is formatie ruimte voor. Tegelijkertijd heb ik een RPU verzoek ingediend, omdat ik 55 jaar ben geworden, om voor arbeidstijd verkorting in aanmerking te komen. Dat laatste is 4 uur per week, 2 uur voor rekening van het bedrijf (de overheid) en 2 uur voor eigen rekening. Mijn aanvragen zijn afgewezen op grond van de Wet Aanpassing Arbeidsduur, omdat er tussen de beide aanvragen tenminste een tijdsverschil van 2 jaar moet zijn. Is deze afwijzing juist ?

  3. R. van den Belt op

    Het is al een oud artikel, maar heb toch een vraag.
    Ik wil mijn 40-urige werkweek anders gaan indelen ivm de komst van een kindje. I.p.v. 5x 8uur wil ik 4x9uur en 1x per 14 dagen 8 uur, zodat ik 1x per 14 dagen de zorg voor de kleine op me kan nemen.
    Nu wil mijn werkgever hiermee niet instemmen omdat ze niet willen dat we meer dan 8 uur per dag werken (concentratie neemt daarna af e.d.)
    Vind het een flauwe reden en weinig flexibel. Is dit een zwaarwegende reden om mijn verzoek af te wijzen?

  4. Marian Storms op

    Is een verzoek van uitbreidig van uren in een verslag van een iop- of functioneringsgesprek ook rechtsgeldig als schriftelijke aanvraag voor uitbreiding van uren?

Reageer