Wel recht op vakantiedagen tijdens hele ziekteperiode

1

Zieke werknemers hebben slechts recht op vakantiedagen over de laatste zes maanden van hun ziekteperiode. Tenminste, volgens de Nederlandse wet. Het Europese hof van Justitie oordeelde in januari dat zieke werknemers recht hebben op opbouw van vakantiedagen over de hele ziekteperiode. Sindsdien is de situatie onduidelijk. De kantonrechter Utrecht deed een uitspraak over een gelijksoortige kwestie. Hij sluit aan bij het oordeel van het hof maar volgde daarbij een heel andere redenering.

De situatie

Een verkoopster wordt arbeidsongeschikt. Als ze tijdens haar ziekte vraagt om op vakantie te gaan, krijgt ze geen toestemming.

In de cao is geregeld dat als een werknemer toestemming krijgt om tijdens de ziekteperiode op vakantie te gaan, er bovenwettelijke vakantiedagen worden afgeboekt.

De vraag

Als het dienstverband is beëindigd, vordert de werkneemster onder andere uitbetaling van 58 opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen. De verkoopster maakt onder ander aanspraak op 44 vakantiedagen die ze tijdens de eerste twee jaar van haar ziekte opgebouwde. Ze baseert die vordering op de uitleg van het Hof van Justitie in de zaak Schultz-Hoff. Nederlandse regels van de beperkte opbouw van vakantiedagen alleen in de laatste 6 maanden van de ziekteperiode, is volgens haar strijdig met de Europese Richtlijn.

De werkgever is het hier niet mee eens en beroept zich op het feit dat die Europese richtlijn geen horizontale werking heeft. Artikel 7:635 BW is dus gewoon van toepassing.

Het oordeel

De kantonrechter overweegt dat in de bedoelde Europese richtlijn aan alle werknemers jaarlijks minimaal vier weken vakantie per jaar wordt toegekend. Het Hof van Justitie heeft gesteld dat die bepaling ‘een bijzonder belangrijk beginsel van communautair sociaal recht’ is en dat ook langdurig zieke werknemers dit recht hebben. Nationale regelingen mogen voorwaarden stellen maar de werknemer moet wel in de gelegenheid gesteld zijn om daadwerkelijk vakantie te genieten.

Volgens het Nederlands recht (artikel 7:638 BW) is de werkgever verplicht om de werknemer ieder jaar in de gelegenheid te stellen vakantie op te nemen. De beperking van de opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte doet daar, volgens de kantonrechter, niet aan af. De werkgever had dus voor de verkoopster ook een jaarlijkse minimumperiode aan vakantie moeten vaststellen.

De kantonrechter redeneert verder dat het beroep van de werkgever op de beperkte opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte, gezien de uitspraak van het Hof van Justitie, onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Met het toestaan van dat beroep zou anders een belangrijk beginsel van Europees sociaal recht geschonden worden.

De verkoopster krijgt gelijk en de werkgever wordt veroordeeld tot het uitbetalen van alle 58 opgebouwde vakantiedagen. De dagen dat de werkneemster toch op vakantie is geweest, mogen niet worden afgeboekt omdat de werkgever die vakantie niet heeft goedgekeurd. Volgens de normale regels gelden de dagen waarop een werknemer ziek is tijdens de vakantie namelijk niet als opgenomen vakantiedagen (artikel 7:637 lid 2 BW).

LJN BK0017
Kantonrechter Utrecht
Eerste aanleg
14 oktober 2009

> Opbouw vakantiedagen tijdens ziekte loopt door, ook na zes maanden ziekte

Door mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Ik krijg bij het lezen van het vonnis van de kantonrechter van Utrecht een andere indruk, dan de indruk die ik kreeg bij de titel van dit artikel.

    Zoals ik het vonnis begrijp heeft de kantonrechter bedoeld te zeggen dat er een zeker recht bestaat om van vakantie te genieten, ook tijdens ziekte. Hij oordeelt namelijk expliciet dat artikel 7:635 niet contra legem is.

    Echter nu de werkgever in casu een verlofaanvraag heeft afgewezen en vervolgens geen (vervangend) verlof heeft vastgesteld, komt de kantonrechter tot oordeel dat er sprake is van een opgebouwd recht aan verlof.

    Dat de kantonrechter geen oordeel geeft over opbouw van verlof in het tweede ziektejaar, vind ik een manco in de uitspraak.

Reageer