Reistijd naar klant is werktijd

2

Het Europese Hof van Justitie heeft onlangs bepaald dat reistijd van huis naar klanten ook werktijd is. Hoe die reistijd dan wordt beloond, is een kwestie van nationaal recht.

De situatie

Een Spaans bedrijf dat beveiligingssystemen in diverse Spaanse provincies installeert, heft in 2011 alle regiokantoren op. De werknemers gaan vanaf dat moment vanaf hun privéadres in een bedrijfsauto rechtstreeks naar de klanten toe en vanaf de laatste klant ook weer naar huis. Voor de sluiting gingen de werknemers eerst naar kantoor, daar pikten ze de bedrijfsauto op en vervolgens reden ze naar de klant. De reis naar de klanten toe viel destijds onder de werktijd. Nu, in de nieuwe bedrijfssituatie, wil de werkgever die reistijd niet meer vergoeden omdat het geen werktijd zou zijn.

De afstand die de werknemers naar de klanten afleggen, verschilt nogal; soms is de afstand wel 100 kilometer enkele reis en de reistijd soms wel drie uur. De Spaanse rechter die het conflict over de reistijd behandelt, vraagt het Europese hof om een zogenaamde prejudiciële beslissing te geven.

Bij de rechter

De vraag die de Spaanse rechter voorlegde bij het Europese Hof van Justitie is de vraag of de reistijd van woonplaats naar klant  en vice versa  van werknemers zonder vaste werkplek arbeidstijd is.

Het oordeel

Het hof kijkt naar richtlijn 2003/88/EG. Daarin staat dat arbeidstijd de tijd is waarin de werknemer:

  1. werkzaam is;
  2. ter beschikking van de werkgever staat;
  3. en zijn werkzaamheden of functie uitoefent.

Daartegenover staat rusttijd, de tijd die geen arbeidstijd is. En een tussenvorm bestaat niet. Het hof concludeert dat de reizen die de werknemers maken om naar hun klanten te gaan, een noodzakelijk onderdeel van de functie zijn. Daarbij speelt mee dat voor de sluiting de reistijd ook onder de arbeidstijd viel. De werkgever voert aan dat tijdens de reistijd de werknemers niet tot zijn beschikking staan en dat het daarom geen arbeidstijd is, maar daar denkt het hof anders over. Die tijd staat in ieder geval niet tot vrije beschikking van de werknemers. De werkgever bepaalt namelijk kort van tevoren de volgorde van de klanten die bezocht moeten worden en kan ook op het laatste moment nog afspraken wijzigen. Het hof verklaart voor recht dat in de omstandigheden zoals beschreven de tijd die werknemers zonder vaste of gebruikelijke werkplek dagelijks besteden aan de reis tussen hun woonplaats en de locatie van de door hun werkgever aangeduide eerste en laatste klant, arbeidstijd in de zin van de richtlijn is.

Gegevens rechtszaak:

Europees Hof 10 september 2015, Zaak C-266/14 (Tyco-zaak)

Lees meer over:

Over Auteur

Sharon Schevers was redacteur van XpertHR Actueel. Niet alleen in tekst, maar ook door het maken van infographics behandelt zij diverse HR-onderwerpen. Sharon is momenteel niet meer werkzaam voor XpertHR Actueel.

2 reacties

  1. Mark Schulz op

    hopla. Tarieven van consultant gaan weer omhoog aangezien hun werkgevers hun reistijd nu ook extra moeten vergoeden.

  2. K. van der Weel op

    Wat een onzin; een zwaluw maakt nog geen zomer. Ik zou voorlopig de regel hanteren, dat naar de eerste klant en van de laatste klant naar huis als eigen tijd van de werknemer geldt, echter met een maximum (van bijv. 1 uur per dag). Redelijk toch?