Puur taalkundige uitleg concurrentiebeding

0

Normaal gesproken wordt bij de uitleg en beoordeling van een concurrentiebeding niet alleen naar de tekst van het beding gekeken maar ook naar de bedoeling die de partijen met het beding hadden.

Maar omdat het concurrentiebeding door de werkgever eenzijdig is opgesteld, zonder overleg met de werknemer, kan het beding alleen zuiver taalkundig worden uitgelegd, oordeelde een Groningse rechter.

De situatie

Een werkneemster is voor onbepaalde tijd in dienst bij een voedselgroothandel. In 2008 is er schriftelijk het volgende concurrentiebeding overeengekomen:

"Het is u verboden na het einde van de arbeidsovereenkomst gedurende een tijdvak van een jaar, binnen de regio met postcodegebied (….)  in enigerlei vorm, een zaak of organisatie gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan het bedrijf van werkgever te vestigen, te drijven of mede te drijven, hetzij direct hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm ook bij een dergelijke zaak of organisatie belang te hebben, daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, al dan niet in dienstbetrekking hetzij tegen vergoeding hetzij om niet, of om daarin aandeel te hebben."

Het beding is door de werkgever, zonder overleg met de werknemer opgesteld. De werkneemster heeft ook geen toelichting op het beding gekregen.
Als de werkneemster in 2011 ontslag neemt en in dienst treedt bij een concurrent die gevestigd is buiten het genoemde postcode gebied, vindt de (ex-)werkgever dat de werkneemster het concurrentiebeding overtreedt omdat ze klanten van de ex-werkgever in het genoemde gebied zou benaderen.

De vordering

In kort geding vraagt de ex werkgever om de werkneemster te veroordelen tot het betalen van de  boetes op grond van het beding. Het in dienst zijn bij de concurrent is niet in strijd met het beding,  weet de ex-werkgever. Maar klanten van de ex-werkgever benaderen binnen de vermelde postcodegebieden, is wel een overtreding van het concurrentiebeding, meent de ex-werkgever.

Het verweer

De werkneemster zegt dat ze niet in strijd handelt met het concurrentiebeding. In het beding staat niet dat verboden is om klanten binnen het genoemde postcodegebied te benaderen. En dat hoefde ze ook niet op te maken of te begrijpen uit het beding.

Het oordeel

De kantonrechter stelt dat bij de uitleg van een concurrentiebeding naast de zuiver taalkundige bewoordingen van het beding ook wordt gekeken naar “de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan het concurrentiebeding mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien van elkaar mochten verwachten.”
Omdat de werkneemster niet betrokken was bij de totstandkoming van het concurrentiebeding, spelen de bedoelingen van partijen geen rol. Doorslaggevend voor de uitleg is de zuiver taalkundige bewoording van het beding.

Werkgever moet helder formuleren
Van de werkgever mag verwacht worden dat ze een helder beding formuleert, oordeelt de rechter. Gezien de zwaarwegende belangen van de werknemer bij een concurrentiebeding worden onduidelijkheden in het voordeel van de werknemer worden uitgelegd. 
In de woorden van dit beding is alleen te lezen dat de werkneemster zich niet mag vestigen in, of werken voor een onderneming binnen het bedoelde werkgebied. De werkneemster hoefde dan ook niet te begrijpen dat de werkgever ook bedoelde dat ze geen klanten mocht benaderen in dat gebied. De rechter stelt dat de werkgever dat sowieso beter had kunnen regelen in een relatiebeding.
 De kantonrechter verwacht dat de bodemrechter zal oordelen dat het beding alleen betrekking heeft  op de vestigingsplaats van de werknemer of van de onderneming waarvoor de werknemer werkt, en wijst de vordering daarom af.

LJN BR3111
Kantonrechter Groningen
Uitleg concurrentiebeding
Kort geding
19 juli 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.