Procedurefouten bij reorganisatie: ontbindingsverzoek afgewezen

0

Het niet betrekken van een vakbond bij een reorganisatie en het niet instellen van een ondernemingsraad zijn redenen voor afwijzing van een ontbindingsverzoek.

De situatie

Een machinaal houtbewerker (59) is sinds 1993 in dienst bij een bouwonderneming die allerhande trappen vervaardigt. De cao Timmerfabrieken is op zijn arbeidsovereenkomst van toepassing. De werkgever heeft voor een aantal mensen, waaronder de werknemer in kwestie, deeltijd-WW moeten aanvragen. Die is vanaf 23 december 2009 toegekend en sindsdien nog twee maal verlengd tot 30 mei 2010. Ondanks deze oplossing en andere maatregelen, moet de werkgever toch snijden in het personeelsbestand. Op basis van het afspiegelingsbeginsel wil hij het dienstverband met de werknemer beëindigen. De werkgever biedt daarbij een vergoeding aan volgens de kantonrechtersformule met een C-factor van 0,6. Ook twaalf andere werknemers krijgen dit aanbod, en zeven werknemers aanvaarden het voorstel. De werknemer wijst het voorstel af.

Er is geen ondernemingsraad in het bedrijf en de werkgever heeft geen sociaal plan opgesteld of overleg gevoerd met de vakbonden. Dit laatste is overigens wel vereist volgens de cao.

De vordering

De werkgever verzoekt de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van € 51.091,07. Als hij een hogere vergoeding aan de werknemers moet betalen, leidt dat tot faillissement. De werkgever draagt de winst- en verliesrekening en verklaringen van accountants als bewijs aan van de verslechterde financiële situatie van het bedrijf.

Het verweer

De werknemer betwijfelt of de bedrijfseconomische situatie noodzaakt tot beëindiging van de arbeidsovereenkomsten. Werkzaamheden van onder andere de houtafdeling worden uitbesteedt aan een onderneming in Duitsland en ook de promotie voor dit bedrijf zou worden gefinancierd vanuit Nederland. Daarnaast was de Nederlandse houtafdeling was in 2009 winstgevend. De werknemer verzoekt bij ontbinding om toekenning van een vergoeding met C-factor 1,2. Dat komt neer op een bedrag van € 103.356,62.

Het oordeel

De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding van de werkgever af. De afwijzing stuent op verschillende redenen: de werkgever heeft bij de reorganisatie onzorgvuldig gehandeld omdat er geen or binnen het bedrijf is ingesteld. Die zou advies hebben moeten uitbrengen. Daarnaast hebben de werknemers ook geen andere mogelijkheid tot inspraak gehad.

De rechter overweegt ook dat de werkgever onzorgvuldig jegens zijn werknemers heeft gehandeld omdat er geen sociaal plan is opgesteld. De voorgestelde ontslagvergoeding doet daaraan niet af.

De rechter is er ook niet van overtuigd dat de functie van de werknemer moet vervallen. De rechter  geeft ook aan dat de werkgever weliswaar vrij is om werkzaamheden te verplaatsen naar het buitenland maar dat mag niet geheel ten nadele van de werknemer komen.

Het feit dat er zzp’ers worden ingeschakeld in de Nederlandse onderneming en dat er ook regelmatig moet worden overgewerkt, spreekt de noodzaak van het vervallen van de functie tegen, vindt de rechter.

De rechter laat ook meewegen dat de werkgever de werknemer geen scholing heeft aangeboden om zijn arbeidspositie te verbeteren. Tot slot oordeelt de rechter dat er ondanks de aangevoerde stukken toch onvoldoende duidelijkheid is over de financiële situatie van de werkgever.

Niet naleven procedure-vereisten kost geld

Het niet naleven van de regels bij de afvloeiing van medewerkers kan een werkgever veel geld kosten. Al eerder vonden rechters het niet-naleven van de WOR en niet consulteren van vakbonden ook redenn voor afwijzing van een (collectief) ontbindingsverzoek (JAR 2009/155 en JAR 2006/24). In een andere zaak resulteerde de niet-naleving in een (hogere) ontbindingsvergoeding (JAR 2009/112) .

LJN JAR 2010/286
Kantonrechter Utrecht
Ontbindingsverzoek
Eerste aanleg
11 oktober 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.