JurisprudentieOpzegging nietig omdat contract korter is verlengd door zwangerschap?

0

Een werkgever verlengt een contract van een zwangere medewerkster tot vlak voor haar zwangerschapsverlof en zegt dan de arbeidsovereenkomst op. Volgens de werkneemster doet de werkgever dat vanwege haar zwangerschap. Wat oordeelt de rechter?

Wat eraan voorafging

Een hoofdleidster in de kinderopvang heeft een tijdelijk contract van 10,5 maand dat eindigt op 31 december 2018. In november vraagt de werkgever voor haar een zwangerschapsuitkering. Het verlof zal ingaan op 20 april 2019. Eind december komen de partijen overeen dat de arbeidsovereenkomst wordt verlengd tot 15 april 2019. Eind februari meldt de werkneemster zich ziek vanwege klachten die verband houden met de zwangerschap. De werkgever stopt dan met het uitbetalen van het loon. De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst schriftelijk aan op 1 maart; de overeenkomst wordt na 15 april niet verlengd. De werkneemster maakt schriftelijk aanspraak op loondoorbetaling en weder tewerkstelling vanaf het moment dat ze is hersteld. In de cao voor de kinderopvang is geregeld dat in een tijdelijke arbeidsovereenkomst naast de duur ook de reden voor de tijdelijkheid moet worden vermeld.

Bij de rechter

De werkneemster vordert bij de rechter onder meer vernietiging van de opzegging, wedertewerkstelling en loondoorbetaling. De werkgever heeft een ongeoorloofd onderscheid gemaakt op grond van zwangerschap bij het verlengen van de arbeidsovereenkomst met 3,5 maanden en bij de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst. Ze doet daarbij een beroep op de wet: de werkgever mag geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij het aangaan en beëindigen van de arbeidsovereenkomst.

De rechter stelt vast dat de werkgever wist dat de werkneemster zwanger was op het moment dat de arbeidsovereenkomst werd verlengd. Dat feit rechtvaardigt het vermoeden dat bij de keuze voor de duur van de verlenging een verboden onderscheid is gemaakt. Bij dat vermoeden speelt ook mee dat de eerste arbeidsovereenkomst voor ruim 10,5 maanden was aangegaan met een einde op de laatste dag van de maand. Het ligt dan niet voor de hand om met een veel kortere duur te verlengen, met een einddatum midden in de maand én vijf dagen voor het zwangerschapsverlof. Eind 2018 heeft de werkgever heeft de werkneemster ook nog eens een paar maanden ingewerkt in een nieuwe functie van coach. Ook daarbij is een korte verlenging niet voor de hand liggend.

Verder heeft de werkgever nagelaten de reden voor de tijdelijkheid in het contract te melden, zoals de cao verplicht. Daarmee droeg de werkgever bij aan het ontstaan van het vermoeden van verboden onderscheid. Ook tijdens de rechtszaak kwam de werkgever niet met een plausibele verklaring voor de keus voor de duur van de verlenging. Terwijl volgens de werkneemster is besproken dat het contract zou aansluiten bij de start van haar verlof en dat na het verlof de arbeidsrelatie weer zou worden voortgezet.

De rechter concludeert dat er een verboden onderscheid is gemaakt bij de keuze voor de duur van de verlenging. Daarmee is de bepaling over de tijdsduur nietig. Zonder die bepaling geldt dan de wettelijke bepaling: verlenging met dezelfde periode als de eerste overeenkomst. De overeenkomst is daarmee tot en met 14 oktober 2019 voortgezet. De werkgever moet het loon tot die datum doorbetalen.

In de praktijk

De werkgever heeft waarschijnlijk gedacht met een overeenstemming over het tijdelijk stopzetten van de arbeidsrelatie soepel om het zwangerschapsverlof van de werkneemster heen te zeilen. Maar dat viel tegen: hij heeft langer moeten doorbetalen en is nu een goed ingewerkte medewerker kwijt.

Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2019:7888, 16 oktober 2019

  • Dit artikel komt tot stand in samenwerking met XpertHR, de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

Reageer