Ontslag tijdens proeftijd, werkgever eist vergoeding

0

Werknemer neemt tijdens zijn proeftijd ontslag. Werkgever vindt dat hij in strijd heeft gehandeld met de eisen van goed werknemerschap en eist een schadevergoeding.

Werknemer is op 1 maart 2002 in dienst getreden. Hij neemt op 28 maart 2002 met onmiddellijk ingang ontslag en gaat aan het werk bij een ander bedrijf. Bij dit bedrijft heeft werknemer acquisitiegesprekken gevoerd toen hij in zijn proeftijd zat bij werkgever.

Werkgever vordert een schadevergoeding van €36.500 onder andere voor de gemaakte kosten van de selectieprocedure, salaris andere onkosten.

De kantonrechter heeft werknemer veroordeeld om een bedrag van €11.500 te betalen. Werknemer gaat in hoger beroep en het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechtbank. Werkgever stelt beroep in cassatie in.

Hoge Raad

Het hof heeft terecht overwogen dat het de werknemer op grond van de overeengekomen proeftijd vrijstond zijn dienstverband met onmiddellijke ingang te beëindigen. Volgens de proeftijdbepaling van art. 7:676 BW is immers iedere partij bevoegd, indien een proeftijd is bedongen en deze nog niet is verlopen, de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen. Het overeenkomen van een proeftijd bergt dus ook voor de werkgever het risico in zich dat de werknemer gebruik maakt van de bevoegdheid de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen.

Geheel rechteloos zijn de werkgever en de werknemers tijdens de proeftijd niet. Het beginsel van goed werknemerschap geldt in dit geval ook. Een opzegging tijdens de proeftijd kan misbruik van bevoegdheid opleveren, maar de aard van de opzegbevoegdheid sluit uit dat ook wordt getoetst of deze bevoegdheid voor een ander doel is gebruikt dan waarvoor zij is verleend. Juridisch is dus niet relevant of de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd om een reden die geen verband heeft met het doel van de proeftijd, dat bestaat uit het gedurende een beperkte periode vrijblijvend ondervinden of de gesloten arbeidsovereenkomst wederzijds voldoet aan de gewerkte verwachtingen.

Risico van de proeftijd

Het overeenkomen van een proeftijdbeding brengt het risico mee dat de werknemer van die vrijheid ook gebruik maakt, waardoor tegelijk het risico bestaat dat de ten behoeve van die werknemer gemaakte kosten voor niets zijn gemaakt. Dat de kosten van de investering als gevolg van het snelle vertrek mogelijk nutteloos zijn geweest, is dus een risico dat eigen aan een proeftijd is en voor rekening van de werkgever komt. De werkgever kan in zekere mate de aard van de te verrichten werkzaamheden in de hand houden en gedurende de proeftijd zorgen voor ander (en meer rendabel) werk.

Het loon en de onkostenvergoeding zijn een tegenprestatie respectievelijk een tegemoetkoming in de kosten voor de opgedragen en door werknemer verrichte arbeid, zodat deze kostenpost niet door de werkgever teruggevorderd kan worden.

De Hoge raad verwerpt het beroep.

Bron: LJN BG1213
Procedure: Cassatie
Hoge raad
Datum: 12-12-2008

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.