Ontbinding op verzoek van werknemer, all-in vergoeding met correctiefactor C=1

0

Een verziekte werksfeer brengt een werknemer ertoe een vergoeding te eisen
van zijn werkgever van 840 duizend euro. Door een cultuuromslag binnen het
management is volgens de werknemer immers zijn positie binnen de organisatie
ondermijnd.

Werknemer, geboren in 1951, is sinds 1980 in dienst bij Shell tegen een loon van € 8.724,- bruto. Werknemer is van mening dat door een cultuuromslag binnen het management sinds 2002, zijn positie binnen de organisatie van Shell wordt ondermijnd. Naar de mening van werknemer is voor hem de werksfeer binnen de organisatie van Shell dusdanig verziekt, dat er sprake is van een verandering in de omstandigheden, welke moet leiden tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van € 840.000,-.

In deze vergoeding dient volgens werknemer, niet te worden opgenomen de contractueel overeengekomen financiële compensatie voor gedane uitvindingen. Werkgever stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een verandering van de omstandigheden welke de verzochte ontbinding rechtvaardigen. Daarnaast is werkgever van mening dat de eventueel toe te kennen vergoeding moet worden gematigd tot maximaal het inkomensverlies tot aan de pensioendatum.

Uitspraak

De kantonrechter is van mening dat er geen sprake is van een opzegverbod. Daarnaast is hij van mening dat er in dezen wel sprake is van veranderingen in de omstandigheden van dien aard dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen afzienbare tijd in de rede ligt. Naar het oordeel van de kantonrechter behoort de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gepaard te gaan met een billijke vergoeding en op een zo kort mogelijke termijn plaats te vinden.

De redenen voor het ontbindingsverzoek liggen in de risicosfeer van de werkgever, aangezien deze niet altijd op een adequate en elegante wijze gereageerd heeft op de door werknemer in de loop van de jaren geuite zorgen.

Met het oog op alle relevante omstandigheden van het geval komt de kantonrechter een (all-in) vergoeding van € 406.000,- bruto billijk voor. De kantonrechter ziet geen redenen voor een correctiefactor hoger dan C=1.

Bron: LJN BD 1535

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer