Ontbinding na slecht werkgeverschap

0

Situatie

Een 49-jarige werknemer heeft een gecombineerde functie als hoofd belastingen en senior belastingadviseur. Bij een herstructurering waarbij vakgroepmanagers worden aangesteld, is hij gepasseerd voor deze functie. Zijn eigen functie is bij de herstructurering vervallen en sindsdien heeft hij op verschillende vestigingen gewerkt, waarbij de arbeidsduur tijdelijk is teruggebracht naar 80%. Er is een partnertraject gestart, waarbij de werknemer wel een voorbehoud heeft gemaakt. Uiteindelijk geeft de werknemer aan dat hij het traject wil stoppen en de arbeidsverhouding wil beëindigen, tenzij de werkgever alsnog een passende functie voor hem heeft.

De vordering

De werknemer heeft eerst een verzoek bij de kantonrechter ingediend om de werkgever te veroordelen tot het indienen van een ontbindingsverzoek. De kantonrechter heeft hem niet-ontvankelijk verklaard om dat hij ook zelf een ontbindingsverzoek kan en mag indienen.

De werkgever heeft daarop een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV Werkbedrijf. Daarop is ten tijden van deze zaak nog niet beslist. Nu dient de werknemer zelf een ontbindingsverzoek in waarbij hij een vergoeding van ruim € 169.000 eist. Hij vindt dat de werkgever geen medewerking heeft gegeven aan het vinden van een andere functie en hem zelfs heeft gedwarsboomd. De werkgever dient een tegenverzoek in om de arbeidsovereenkomst te beëindigen zonder toekenning van een vergoeding, omdat hij zich als werkgever steeds correct en open heeft opgesteld.

Het oordeel

Beide partijen willen dat de arbeidsovereenkomst ontbonden wordt. De kantonrechter stelt dat het de werkgever vrij staat om de organisatie zo in te richten als hij wenst. De functie van de werknemer mocht daarbij vervallen. Maar daarmee rust er wel een zware verantwoordelijk op de schouders van de werkgever om een goede oplossing te vinden. Zeker nu de werknemer was aangenomen om ook een leidinggevende functie te bekleden naast zijn functie als adviseur.

De kantonrechter vindt dat de werkgever zich te weinig, en te laat heeft ingespannen. De functies die alsnog zijn aangeboden bevatten geen leidinggevende elementen. De werkgever heeft zich ook niet als goed werkgever gedragen door een ontslagvergunning aan te vragen kort na het kort geding zonder de werknemer daar meteen van op de hoogte te stellen. Het feit dat op de zitting nog werd gemeld dat als de vergunning zou worden afgegeven de werkgever de overeenkomst zonder een opzegtermijn zou beëindigen getuigt ook niet van goed werkgeverschap.
De kantonrechter wijst het verzoek van de werknemer toe en vindt een vergoeding met correctiefactor 2 op zijn plaats. Het bedrag komt uit op ruim € 135.000.

LJN BJ7378
Eerste aanleg – enkelvoudig
Kantonrechter Haarlem
28 augustus 2009

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer