Ongeldig ontslag op staande voet

0

Werknemer wordt op staande voet ontslagen nadat werkgever ondekt dat hij
jaarcijfers heet gemanipuleerd. Werknemer heeft dit echter gedaan op instructie
van hogerhand.

Werknemer is op 1 mei 2001 bij D. BV in dienst getreden in de functie van Financieel Manager tegen een salaris van € 6.953,- per maand. Per 1 januari 2004 is D. gefuseerd met L. Als gevolg van de fusie is een aantal functies komen te vervallen, waaronder de functie van werknemer. Bij brief van 27 april 2004 heeft D. aan werknemer een voorstel gedaan om tot een einde van de arbeidsovereenkomst te komen per 31 mei 2004, onder toekenning aan werknemer van een vergoeding ten bedrage van zeven maandsalarissen.

Werknemer heeft zijn werkzaamheden op 29 april 2004 overgedragen en was vanaf deze datum vrijgesteld van werkzaamheden. Op 6 mei 2004 heeft werkgever telefonisch vragen gesteld over de concept-jaarcijfers van 2003. Werknemer heeft toen meegedeeld dat daarbij inderdaad kritische kanttekeningen konden worden gemaakt en dat hij daarbij handelde op instructie van hogerhand. Werknemer weigerde echter namen te noemen.

Tijdens een telefoongesprek op 12 mei 2004 is werknemer op staande voet ontslagen, hetgeen bij brief is bevestigd. Werknemer heeft bij brief van 17 mei 2004 de vernietigbaarheid van het ontslag ingeroepen. Op 19 oktober 2004, nadat aan werknemer bepaalde garanties waren verstrekt, heeft werknemer een schriftelijke verklaring opgesteld waarin hij de namen heeft genoemd van degenen van wie hij de desbetreffende instructies zou hebben ontvangen.

De kantonrechter heeft op 29 april 2005 de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden per 1 juni 2005, onder toekenning van een vergoeding aan werknemer van € 18.750,-.

Werknemer vordert veroordeling van D. om zijn salaris vanaf 12 mei 2004 aan hem te betalen vermeerderd met wettelijke rente en wettelijke verhoging.

De kantonrechter heeft deze vordering toegewezen. De wettelijke verhoging is gesteld op 10%. Werkgever gaat in hoger beroep.

Het hof oordeelt dat werknemer inderdaad de tussentijdse cijfers over het ‘onderhanden werk’ onjuist heeft gewaardeerd als ‘inkomsten’. Daarnaast neemt het hof als vaststaand aan dat werknemer heeft gehandeld onder druk van functionarissen binnen de organisatie die hij als zijn meerderen mocht beschouwen.

Het hof oordeelt dat werkgever niet gerechtigd is een werknemer op staande voet te ontslaan wegens (kort) manipuleren van jaarcijfers in een situatie waarin het op gelijke voet manipuleren van tussentijdse cijfers plaatsheeft, onder druk van meerderen en van welk manipuleren van tussentijdse cijfers werknemer geen verwijt kan worden gemaakt.

Indien werknemer in een situatie als onderhavige een beroep doet op verontschuldigende omstandigheden, maar weigert werkgever in staat te stellen dienaangaande een onderzoek in te stellen, zal zulks in beginsel voor rekening van werknemer dienen te blijven.

Verder oordeelt het hof dat de weigering van werknemer om namen prijs te geven als zodanig niet een ontslaggrond kan opleveren. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Bron: JAR 2008/256
Gerechtshof Amsterdam
Datum: 03-07-2008

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer