Mogelijk onverwachte kosten bij pensioenen

2

Werkgevers die hun pensioenen regelen met de salarisdiensttijdregeling zijn mogelijk fors meer geld kwijt aan werknemers die al jaren uit dienst zijn. Dat is een gevolg van een nieuwe berekeningsmethode.

Met ingang van 2011 is er een wijziging van toepassing voor de wijze waarop pensioenoverdrachten (= waardeoverdrachten) moeten worden afgehandeld. Voorheen was de situatie dat de werkgever (met een eind/middelloonregeling) die iemand in dienst nam in veel gevallen (fors) moest bijbetalen indien deze werknemer overging tot waardeoverdracht.

Concreet gaat het volgens Rogier Kerkhof, Director Pension & Actuarial Services bij Hay Group, bijvoorbeeld hier om: ‘Een werknemer heeft ergens tien jaar gewerkt en heeft daar een pensioen opgebouwd voor laten we zeggen duizend euro per maand na zijn 65ste. Hij gaat naar een nieuwe werkgever, en dus ook naar een nieuwe pensioenuitvoerder. Hij kan besluiten om het pensioen van de oude pensioenuitvoerder mee te willen nemen naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Maar die kan het niet eens zijn met de financiering van die duizend euro per maand. Kort gezegd: de nieuwe uitvoerder vindt dat er te weinig overgemaakt wordt om straks dat bedrag te kunnen garanderen. Op basis van het gespaarde bedrag wil hij maar 800 euro in plaats van 1000 euro per maand uitkeren, wanneer de werknemer met pensioen gaat.’

Iemand zal dat geld dus moeten bijleggen, zodat de werknemer in zowel de oude als de nieuwe pensioenregeling een gelijk pensioen behoudt. Momenteel is dat de nieuwe werkgever.

Verandering

Maar vanaf 2011 wordt dat waarschijnlijk de oude werkgever. Dit is met name het geval indien de rekenrente 4% is of lange tijd is geweest. Rogier Kerkhof: ‘En dat leidt natuurlijk tot rare situaties. Je kunt als werkgever over een paar maanden dus nota’s ontvangen van mensen die tien of twintig jaar uit dienst zijn, en die geld willen zien. Dat kan gaan om enkele duizenden euro’s per oud-werknemer, maar voor een wat hogere functie kan het ook al gauw oplopen tot tienduizenden euro’s.’

Wat te doen?

Kerkhof adviseert werkgevers die dit overkomt de nota vooralsnog niet te betalen: ‘Dit is zo’n onredelijk gevolg van de wet, dat naar onze mening de werkgever goede argumenten heeft om deze betaling te weigeren.

Wanneer zowel de oude als de nieuwe werkgever weigert te betalen, kan dit mogelijk leiden tot nadeel voor de werknemer. Naar mijn mening kan een werkgever een gerechtelijke procedure met vertrouwen tegemoet zien. Volgens Kerkhof kunnen bedrijven dit probleem voor toekomstige werknemers (dus niet de huidige gevallen) oplossen door over te stappen naar een pensioen op basis van de beschikbare premieregeling.

Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel

Lees ook:
> Ophouden op 65e kost straks veel geld

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties

  1. Ik wil een nuancering aanbrengen in de stellingname in de kop van het artikel waar wordt gesteld: “…aan werknemers
    die al jaren uit dienst zijn.”

    Bij mijn weten is in de procedure voor waarde overdracht het volgende van toepassing: “Indien een werknemer overweegt gebruik te maken van zijn recht (op waardeoverdracht) moet hij binnen zes maanden na de aanvang van de deelneming het verzoek indienen bij de ontvangende pensioenuitvoerder.”

  2. rogier kerkhof op

    de nuancering is (ten dele) terecht; het gaat om zes maanden na indiensttreding, dus bij iedere nieuwe werkgever kan een werknemer al zijn oude pensioenrechten (ook van hele oude, indien hij/zij heeft besloten om deze niet over te dragen) over dragen.