Misbruik tankpas geen reden voor ontslag

0

Een werkneemster die haar tankpas ook gebruikt voor benzine voor de auto van haar vriend, is onterecht op staande voet ontslagen. De werkgever moet haar loon doorbetalen tot het einde van haar tijdelijke contract.

De situatie

Een werkneemster met een tijdelijk contract krijgt in september 2011 een auto van de zaak. De auto mag ook voor privéritten gebruikt worden en de werkgever betaalt alle kosten. Bij de auto hoort een tankpas die gekoppeld is aan het kenteken dat op naam van de werkneemster staat.
In oktober 2012 wordt ze op het matje geroepen bij de HR-manager. Uit overzichten blijkt dat ze ongelode benzine heeft getankt, terwijl ze een dieselauto rijdt. Eerst geeft de werkneemster aan dat ze per ongeluk de verkeerde brandstof heeft getankt, dan zegt ze dat ze een vervangende benzineauto heeft gereden. En uiteindelijk geeft ze toe dat ze benzine heeft getankt voor de auto van haar vriend, omdat ze daarmee privéritten maakte die ze anders met haar auto van de zaak zou hebben gemaakt. De werkgever heeft zo dus niet betaald voor het gebruik van brandstof door haar vriend, zegt de werkneemster. Ze geeft ook aan dat ze niet wist dat je niet mocht tanken voor dat gebruik. De werkgever vindt het een ernstige zaak en ontslaat haar op staande voet. De werkneemster stapt naar de rechter.

De vordering
De werkneemster vordert een gefixeerde schadevergoeding: het loon dat ze zou hebben ontvangen als de overeenkomst rechtsgeldig was opgezegd.

Het oordeel
De rechter oordeelt dat een redelijke uitleg van de afspraken over het gebruik van de auto van de zaak is dat de tankpas alleen voor brandstof in die auto is bestemd. En daarmee heeft de werkneemster in strijd met haar arbeidsovereenkomst gehandeld door te tanken voor de auto van haar vriend. Maar dat verwijt is niet zo ernstig dat dat een ontslag op staande voet tot gevolg moet hebben.

Daarbij spelen de volgende overwegingen een rol: er zijn geen schriftelijke bepalingen over de tankpas en de werkgever heeft vanaf het begin op maandelijkse overzichten het afwijkende gebruik kunnen zien. Daarnaast is de regeling over het gebruik van de bedrijfsauto zo ruim dat de rechter het denkbaar vindt dat de werkneemster voor haar eigen privéritten met de auto van haar vriend heeft getankt. Maar het feit dat ze niet meteen de waarheid heeft gesproken, werkt niet in haar voordeel.

De rechter kijkt ook naar de gevolgen die het ontslag heeft voor de werkneemster, in verhouding met de ernst van de ‘overtreding’. De werkneemster zat door het ontslag op staande voet meteen zonder inkomsten en heeft er ook last van gehad bij het solliciteren omdat ze geen goede referenties kon overleggen.

Volgens de rechter had de werkgever beter anders kunnen handelen. Die had de werkneemster beter een duidelijke waarschuwing kunnen geven, om daarna de regeling aan te scherpen. Verder had de werkgever het getankte bedrag terug kunnen vorderen en vervolgens het contract, dat anderhalve maand van rechtswege eindigde, gewoon niet kunnen verlengen.
De werkgever moet de gefixeerde schadevergoeding betalen.

Gegevens rechtszaak: ECLI:NL:RBAMS:2013:7064. Datum uitspraak: 1 oktober 2013

Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.