Kwart leraren ontevreden over werkomgeving

4

Ongeveer een kwart van de leraren in het primair en voortgezet onderwijs is niet tevreden over de werkomgeving.

Voor zes tot twaalf procent van hen is dat zelfs reden geweest over te stappen naar een andere onderwijsbaan. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Geef ze de ruimte! De fysieke werkomgeving in het onderwijs; een onderzoek onder medewerkers in het po en vo’ van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) uit Den Haag.

Van de leraren in het primair onderwijs is 50 procent (zeer) tevreden over de fysieke werkomgeving, tegenover 44 procent van de leraren in het voortgezet onderwijs. Respectievelijk 21 en 29 procent zijn ontevreden. Volgens SBO-directeur Freddy Weima zijn leraren over een paar dingen ontevreden: ‘De klimaatbeheersing als ze die zelf niet kunnen regelen, de thuiswerkmogelijkheden (bijvoorbeeld een laptop) en werkruimtes buiten de lessen om. Over het algemeen zijn ze wel tevreden over de digitale schoolborden en het hebben van een eigen klaslokaal.’
Tevredenheid en werkplezier van leraren worden deels bepaald door de fysieke werkomgeving. In een goede werkomgeving is het simpelweg prettiger en beter werken. Voorbeelden zijn goede (regelbare) klimaatbeheersing, de aanwezigheid van (stille) werkruimten voor buiten de lessen, adequate ict- en thuiswerkvoorzieningen en faciliteiten die direct aansluiten op het gehanteerde onderwijsconcept.

Overstappen

Voor zes procent van de leraren in het primair onderwijs en twaalf procent van die in het voortgezet onderwijs is de kwaliteit van de fysieke werkomgeving mede een reden geweest zijn om naar een andere school te gaan. Toch is dat niet iets wat Weima verbaast: ‘Het zouden hoge percentages zijn als het de enige reden was, maar het is vaak een van de redenen. Het valt me wel mee.’
Toch moet het cijfer van mensen die ontevreden zijn over hun werkomgeving omlaag: ‘Het onderwijs moet een aantrekkelijke werkgever zijn, en dit is iets dat daar zeker bijhoort. En er is ook wel snelle winst te behalen hoor. We zien nu bijvoorbeeld weinig dialoog tussen schoolbesturen en leraren. Er is geen cultuur om het bespreekbaar te maken en men realiseert zich niet dat het beter kan. Er bestaat een soort gelatenheid, misschien ook wel vanuit de gedachte dat je niets kunt veranderen, maar dat weet je pas zeker wanneer je het wel bespreekbaar hebt gemaakt. Het onderzoek is dus ook zeker een oproep om de dialoog met elkaar hierover te starten.’

Wetswijziging

De VO-raad pleit voor een wetswijziging die schoolbesturen zelf verantwoordelijk maakt voor de eigen huisvesting. Voorzitter VO-raad Sjoerd Slagter: ‘Goede werkplekken voor leraren zijn erg belangrijk. Als scholen zelf verantwoordelijk zijn voor hun huisvesting kunnen ze goed inspelen op een prettige werkomgeving voor hun leerlingen én leraren. Als scholen zelf over hun huisvestingsbeleid gaan, wordt bovendien de zeggenschap van ouders en leraren versterkt.’
Maar niet alleen de structuur van de financiën is een probleem. De wet-en regelgeving rond de fysieke werkomgeving is in het onderwijs vaak versnipperd en niet altijd eenduidig. Freddy Weima: ‘Voor het onderhoud van de gebouwen is de gemeente bijvoorbeeld aansprakelijk, terwijl de inrichting ervan bij de scholen zelf ligt. Dat is in voorkomende situaties lastig te scheiden, zeker bij grensoverschrijdende scholengemeenschappen waarbij een schoolbestuur met meerdere gemeentes in gesprek moet over meerdere gebouwen.’

Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

4 reacties

  1. Willem van Leeuwen op

    Als ontwikkelbureau wat diverse basis- en voortgezet onderwijs scholen begeleidt herken ik deze problematiek. Met name de zeer beperkte communicatie tussen schoolbesturen en leraren en de heersende perceptie en cultuur die dat als het ware in stand houdt. Ik doe een oproep aan schoolbesturen en aan het SBO in deze om dit serieuze probleem nu proactief op te pakken, ook gezien de toekomstige vergrijzing wat gaat leiden tot nog meer uitstroom uit ons mooie onderwijs! Mijn bureau, Spirit Group, faciliteert in deze resultaatgerichte trajecten (met de nodige interventies op cultuur, lees: gedrag en communicatie, ?n structuur) die ertoe leiden dat het werkplezie enerzijds en de onderlinge communicatie anderzijds sterk wordt verbeterd. Ik ben met iedere belanghebbende in deze gaarne bereid om hierover verder van gedachten te wisselen!

  2. Henk Duijn, arbeids- en organisatiepsycholoog op

    Binnen het onderwijs dient de leerling of student (als afnemer van het onderwijs) voldoende centraal te staan. Deze persoon dient op het gebied van kennis en vaardigheden te worden verrijkt door het volgen van een (in de regel) vooraf bepaald ontwikkelingstraject. Dat vereist een investering in mensen en middelen.

    De kwaliteit van het onderwijs (ontwikkelingstraject) wordt bepaald door:
    (1) de kwaliteit van de leerkracht/docent,
    (2) de studeerbaarheid van het onderwijsprogramma,
    (3) de kwaliteit van de faciliteiten (ruimten, onderwijsmiddelen, een stimulerende leeromgeving) en
    (4) het situationele aspect (tijdstip in de week van de les).

    De leerkacht/docent speelt hierbij een bijzonder belangrijke rol. Het motiveren van leerlingen/studenten, het prikkelen van hun behoefte aan nieuwe kennis en vaardigheden en het kunnen vervullen van een voorbeeldfunctie voor de leerlingen/studenten is daarbij essentieel.

    De klachten van docenten aangaande onder meer de kwaliteit van de faciliteiten zoals het (niet) zelf kunnen regelen van de luchtbehandeling/airconditioning, de verwarming, de verluchting (voldoende zuurstof in de lucht is essentieel), de zonwering en de verlichting dienen daarom per definitie altijd bijzonder serieus te worden genomen.
    Het betreft de kwaliteit van de faciliteiten als ??n van de vier factoren die de kwaliteit van het onderwijs bepalen en is daarmee niet alleen van groot belang voor de docenten, maar ook voor het verrijkingsproces van de leerlingen/studenten.

  3. Dan moet de overheid stoppen met de europese aansbestedingen en in bouwteams een school ontwikkelen en realiseren. Nu is kostprijs leidend en niet de behoefte van gebruikers. Gebouwen dienen in een partnership gebouwd worden met meer mogelijkheden voor duurzaam- en leefbaarheid.

  4. Anne-Lies van Overbeek, The Get Organized Company, op

    Goed georganiseerde fysieke werkomgevingen is winst. Uit het artikel blijkt dat er veel onvrede is bij docenten over fysieke werkplekken.

    Wij zijn als werkplekorganisatiedeskundigen elke keer weer verbaasd om steeds weer te moeten ervaren hoe wanorde en achterstanden een belemmering vormen om een goede structuur aan te brengen in het gebruik van werkplekken, kasten en overige ruimtes.

    Er is een mogelijkheid om met hands on project ontevredenheid weg te nemen en vaak zonder extra kosten stille werkruimten te creeren en ruimtes voor overleg en voorbereidingswerk te laten ontstaan. Zonder wanorde en een goede structuur zijn mensen ook bereid om verantwoordelijkheid te nemen om zaken op orde te houden en waar nodig bij te stellen.

    Het is werkelijk curieus wat orde op zaken stellen “rust, reinheid en regelmaat” teweeg brengt voor docenten en het management. Bijvoorbeeld klachten over slecht papierbeheer, communicatie en slecht beleid verdwijnen vaak als sneeuw voor de zon omdat er weer inzicht en overzicht is verkregen en dat zaken toegankelijk en overdraagbaar zijn geworden. Er ontstaat weer structuur en het is weer mogelijk om goede en nieuwe afspraken te maken voor de toekomst. Een goed resultaat is natuurlijk alleen mogelijk als iedereen gemotiveerd is om mee te doen.

Reageer