Jurisprudentie | Trage reactie werkgever leidt tot inwilligen werktijdvermindering

0

Een werkgever die niet op tijd reageert op een verzoek tot werktijdvermindering moet het verzoek nu inwilligen. 

Wat eraan voorafging

Een inkoopmanager met een burn out merkt tijdens haar reintegatie dat een 32 urige werkweek de ideale werk-privebalans oplevert. Eind januari 2016 uit ze daarom de wens om vier dagen te gaan werken. De leidinggevende belooft er op terug te komen maar dat daarvoor moet de werkneemster hem eerst aan die afspraak herinneren. In maart hebben ze er dan een gesprek over, waarbij de werkneemster haar verzoek onderbouwt met een plan van aanpak. De werkgever geeft aan dat haar functie echt een fulltime functie is. Daarop dient de werkneemster eind maart een formeel verzoek in tot werktijdvermindering, ingaande 1 mei of uiterlijk 1 juni. Door verschillende omstandigheden besluit het bedrijf uiteindelijk pas eind juni het besluit om het verzoek af te wijzen.

Hoe het afloopt

De werkneemster neemt geen genoegen met de afwijzing van haar verzoek en stapt naar de rechter. Ze meent dat haar werktijdvermindering van rechtswege is ingegaan. De wet (art. 2 lid 2 Wfw) zegt namelijk dat de arbeidsduur van de werknemer aangepast wordt conform het verzoek als de werkgever niet een maand voor de ingangsdatum heeft beslist.
De rechter gaat in deze redenering mee. Dat de werkneemster heeft ingestemd met de uitstel van gesprekken op verzoek van de werkgever, legt de rechter naast zich neer. De wet is bedoeld om te voorkomen dat werkgevers zo’n verzoek naast zich neerleggen of de werknemer te lang in onzekerheid laten.

In de praktijk

Uit deze rechtszaak blijkt dat de termijn die staat voor het nemen van een besluit over een formeel verzoek tot arbeidsduurverkorting keihard is. De werkgever kan, als hij dat op tijd doet, een verzoek wel afwijzen op grond van zwaarwegende bedrijfsbelangen maar dat moet wel heel goed onderbouwd worden. In deze rechtszaak vond de rechter dat de werkgever de bedrijfsbelangen onvoldoende onderbouwd en gedocumenteerd had

Uitspraak: ECLI:NL:RBOBR:2016:5951, oktober 2016

Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

Reageer